Publicaties

VNG: over de WSW -vragen en antwoorden


WSW

3.1.1. Waarom is de transitie van de sw-sector noodzakelijk?

Als gevolg van de maatregelen in het regeerakkoord is een transitie van de sw-sector noodzakelijk.. De Wsw is nu een relatief brede voorziening, waarin 90.800 plaatsen zijn voor mensen met een gevarieerd arbeidsvermogen. Door de kabinetsplannen wordt de Wsw een voorziening voor beschut werk met op de lange termijn zo'n 30.000 plaatsen, voor mensen die alleen in een afgeschermde omgeving kunnen werken. De afbouw van het aantal plekken en de sterk gewijzigde samenstelling van de doelgroep vragen een transitie. Oude verdienmodellen, gebaseerd op aanzienlijke verdiensten uit de markt of eigen productie, moeten op de schop.

3.1.2. Waarom levert de wijziging van de Wsw problemen op?

Het zittend bestand van de Wsw blijft ongemoeid. Hun arbeidsrechtelijke positie verandert niet en er mogen ook geen wijzigingen komen in de rechten en plichten van deze groep. De loon- en pensioenkosten voor deze groep zijn dus door gemeenten niet te beïnvloeden. Deze kosten maken zo'n 80% uit van de totale kosten van de Wsw. Tegelijkertijd verlaagt het kabinet de subsidie per sw-plek 22.500 euro in 2015.

Het gevolg daarvan is dat er de eerste jaren voor gemeenten een financieel gat ontstaat tussen de kosten voor het zittend bestand enerzijds en de rijksvergoeding en de opbrengsten uit arbeid anderzijds. De instroom van nieuwe mensen met indicatie beschut werk zal het kostenniveau weliswaar drukken (de loonkosten zijn gemiddeld lager), maar de verdiencapaciteit en daarmee de opbrengsten uit arbeid voor deze groep liggen ook op een lager niveau.
De combinatie van gelijkblijvende kosten en dalende subsidie zet de exploitatie van de sw-sector daarmee zwaar onder druk. Een verantwoord transitieproces zal niet tot stand kunnen komen zonder een additionele financiële investering.

3.1.3. Wat is er precies afgesproken over de herstructureringsfaciliteit?

Zie passage bestuursakkoord, paragraaf 6.1.4.
De opzet van de herstructureringsfaciliteit moet nader worden uitgewerkt door VNG en kabinet, zowel qua besteding als qua verdeling van de middelen.

3.1.4. Wanneer gaat de herstructureringsfaciliteit in?

Gemeenten kunnen op basis van een herstructureringsplan een beroep doen op de faciliteit.Tot 1 januari 2012 kunnen gemeenten plannen indienen. VNG en Rijk stellen gezamenlijk criteria vast op basis waarvan een onafhankelijke commissie deze herstructureringsplannen zal beoordelen. Vanaf 1 juli 2012 kunnen gemeenten en sw-bedrijven dan aan de slag en kunnen zij aanspraak maken op de faciliteit.

3.1.5. Kan de herstructureringsfaciliteit niet eerder ingaan?

Gemeenten worden nu al geconfronteerd met de bezuinigingen. Het is van belang dat de plannen voor herstructurering zorgvuldig worden uitgewerkt. 1 januari 2012 is eerder te ambitieus dan te laat.

3.1.6. Mag de herstructureringsfaciliteit worden gebruikt voor exploitatietekorten?

De faciliteit is niet bedoeld voor het afdekken van exploitatietekorten, maar is bedoeld om de transitie in de sector te ondersteunen. Een onafhankelijke commissie zal toetsen of gemeenten zich voldoende hebben ingespannen om deze transitie vorm te geven. De criteria om in aanmerking te komen voor middelen uit de faciliteit zullen de komende tijd vastgesteld worden.


Share our website