Publicaties

Verslag bijeenkomst over mantelzorg 18.11.2010


Marytha Verheyen heeft de bijeenkomst bijgewoond over de mantelzorg op 18 november jl. Onderstaand het verslag.
bron: gemeente Losser
 

VERSLAG

 

Verslag van

:

Mantelzorgbijeenkomst 18 november 2010

Datum: 22 november 2010

Afdeling

:

Welzijn

Team

:

WZ

Gemaakt door

:

T. Harmsen

Aanwezig

:

 7 personen van vrijwilligersorganisaties; 9 personen van zorg-en welzijnsorganisaties; 4 personen van mantelzorgorganisaties; 5 personen van adviesraden; 3 mensen uit de politiek; 1 mantelzorger en 4 mensen vanuit de gemeente Losser.

Afwezig

:

 

Kopie aan

:

 allen

 

 

1) Welkom

Welkom door wethouder Hassink. Hij somt de 10 knelpunten op waar mantelzorgers (m.z.-ers) mee te maken hebben. Bovenaan staan waardering, financiële aspecten en regeltaken. De gemeentelijke taak is om m.z.-ers te ondersteunen.

 

Maureen Janssen van bureau Zinia stelt zich als dagvoorzitter voor. Zij is zelf ook mantelzorger.

 

2) Een ervaringsdeskundige aan het woord.

Mevrouw Poorthuis is al 40 jaar m.z.-er. Ze zorgde, samen met schoonzus, voor haar ouders, nu nog voor haar moeder die ondertussen in Sint Maartens-stede woont. “Af en toe iets doen voor anderen, noem ik geen m.z.. Ik ben er 24 uur/dag mee bezig. Het is heel intensief. Een echte m.z.-er heeft geen keus.” Bij de dood van vader had ze een vredig gevoel: ze had immers alles gedaan wat mogelijk was. In de sleur van het m.z.-en heeft ze nooit over gemis aan erkenning nagedacht. Al gaf het m.z.-en stress, ze vroeg nooit om hulp: “zo zit ik niet in elkaar”. Ook de m.z.-ontvanger wil vaak geen vreemde hulp. Bij opname werd voor de buitenwereld pas duidelijk dat het niet meer ging. Desondanks waren er toch verwijten vanuit de familie. Ook vond het eigen gezin het vaak ‘niet zo leuk’ als het m.z.-en altijd vóór ging. Met de kennis van nu zou mevrouw Poorthuis andere keuzes hebben gemaakt.Neem vreemde hulp, want m.z.-en kost je een gedeelte van het leven!” drukt ze de aanwezigen op het hart. Wel heeft ze steun gehad van mantelzorg ‘de Globe’  waar ze zelf ook wel eens andere m.z.-ers heeft ondersteund.

Gediscussieerd werd over het spanningveld ‘recht op zorg’ versus ‘zelf blijven doen’, of je als m.z.-er écht geen keus hebt, over de veranderde relatie t.o.v. de verzorgde (“je wordt door de dementerende soms als vijand gezien”) en over de vanzelfsprekendheid waarop beroep wordt gedaan op vrouwen zonder baan buiten de deur.

 

3) Presentatie: brede blik op m.z..

Maaike Moulijn van Arcon vertelt over het landelijke project ‘Goed voor Elkaar’ waarin de invulling van de basisfuncties door gemeenten is onderzocht. Wel legt ze nadruk op het verschil dat er kan zijn tussen beleid en uitvoering. Vooral informatie, advies & begeleiding en emotionele steun zijn landelijk goed voor elkaar; het minst zijn de functies financiële tegemoetkoming en materiële hulp ingevuld door gemeenten. Voor Losser waren 5 van de 8 basisfuncties groen, maar bezuinigingen hebben hierin alweer verandering gebracht (naar oranje c.q. rood). De Wmo-raad vraagt naar de bron van de informatie: die komt van (Toos Harmsen van) de gemeente aan de hand van daadwerkelijke uitvoering op dat moment. Maaike Moulijn heeft uit geëxtrapoleerde landelijke cijfers berekend dat Losser nu 3561 m.z.-ers heeft, waarvan 8% overbelast (vooral de zgn. ‘spilzorgers’). Deze laatste groep is risicogroep en dus doelgroep voor de gemeente. Hoewel de groep wisselt, is bijna iedereen in zijn leven wel eens m.z.-er (geweest). Een overbelaste m.z.-er heeft zelf ook hulp nodig; het geeft dus een dubbele last voor de samenleving.

De discussie gaat over het voordeel van bij elkaar zitten inde Muchte van medewerkers MEE Twente, Steunpunt Informele Zorg en Welzijn Ouderen, over het verfijnde rekenmodel van Sociaal Cultureel Planbureau, over de verdubbeling van de aantallen m.z.-ers door emancipatie en grotere bewustwording.

 

4) Presentatie: stand van zaken Losser:

* Toos Harmsen laat zien wat de gemeente de afgelopen 4 jaar heeft gedaan om het Plan van Aanpak uit te voeren dat n.a.v. het mantelzorgonderzoek in 2007 was opgesteld. Ze loopt de 8 aanbevelingen langs die Arcon toentertijd heeft gedaan. Hieruit blijkt dat:

-        er weer nieuwe folders gemaakt moeten worden

-        de functie van de mantelzorgmakelaar van nut bleek maar toch verdween (pilot Provincie stopte)

-        er bij indicatiestelling rekening wordt gehouden met m.z.-ers

-        het Senioren-consultatiebureau een goede signaleringsfunctie heeft

-        de financiële mogelijkheden voor m.z.-ers vanuit de gemeente miniem zijn maar dat voor een (uitkeringsgerechtigde) m.z.-er sollicitatieplicht vervalt

-        een vrijstaand bijgebouw in het buitengebied mag worden ingezet als mz.-woning

-        een klussendienst/tuindienst beschikbaar is voor mensen met minimum inkomen

-        er voor jonge mantelzorgers regionaal geen budget meer beschikbaar is

-        er woonservicegebieden worden ontwikkeld waarin wonen-zorg-welzijn in elkaar grijpen

 

* Marcel Garritsen, directeur van Steunpunt Informele Zorg (SIZ) en voorzitter van Platform Welzijn & Wonen laat zien dat er 50% groei zit in de vraag bij het SIZ. Het SIZ heeft nu 134 Losserse mantelzorgers in beeld. Waarom toch zo weinig bereik? Een m.z.-er herkent zich niet als zodanig en velen willen/hoeven niet ondersteund te worden. Ze vinden het genoeg te weten dát er ondersteuning mogelijk is als het toch eens nodig mocht blijken. We moeten m.z.-en dus niet problematiseren en ons alleen op risicogroepen richten. Vandaar dat vragen van m.z.-ers bij het SIZ kritisch worden bekeken: een lichte vraag wordt ‘ licht’  beantwoord of (digitaal) doorverwezen, m.n. de ingewikkelde vragen worden opgepakt. Vooral kijken naar subjectieve belasting!

Het SIZ heeft 21 vrijwilligers, die per vrijwilliger steeds meer uren draaien. Er is een delicate balans tussen vraag naar en aanbod van vrijwilligers. De maatschappelijke stage levert jongere vrijwilligers op.

Regionaal beleid rond informele zorg moet nog gestalte krijgen.

Er zijn 30 jonge m.z.-ers bekend in Losser. De gemeente Losser kan niet meer meebetalen aan hun ondersteuning, maar de infrastructuur van het project

‘jonge m.z.-ers’ wordt door enkele grote Twentse gemeenten wel overeind gehouden.

Nog uit te werken actiepunt: samenwerking met zorgloket-medewerkers en huisartsen.

Veel is al bereikt binnen het Platform Welzijn & Wonen bv. afspraken hoe om te gaan met cliënten die hun rechten verloren binnen de AWBZ (de zgn. pakketmaatregel).

Voor een ‘ warme overdracht’  heb je één punt nodig zoals nu bij de Muchte. Is het Wmo-loket toe te voegen?

Afstemming met thuiszorg en professionele organisaties kan beter. Respijtzorg + project  ‘extra handen in huis’ wordt door veel ziektekostenverzekeraars vergoed.

Beleid voor specifieke doelgroepen wordt regionaal niet meer financieel ondersteund.

 

De discussie over dit onderwerp ging vooral over de financiën. SIZ krijgt ruim 45.000 euro subsidie, Losser mantelzorg ‘De Globe’ aanvankelijk bijna 10.000 Euro, maar deze subsidie wordt afgebouwd. Het SIZ kijkt verder naar een bron van meer structurele inkomsten. Gesproken wordt met zorgverzekeraar Menzis. Mantelzorgondersteuning/respijtzorg kan deel uitmaken van de zorgverzekering i.v.m. de preventieve werking. Nu wordt respijtzorg al vergoed in het hoogste pakket van de verzekeraar Menzis en VGZ.

Wethouder Hassink merkt nog op dat in Losser extra geld aan de Wmo wordt besteed. Er gaat tussen de 500.000 en 700.000 euro méér naar de Wmo dat er vanuit het Rijk beschikbaar is. Er zijn vaak goede ideeën als het gaat om inzet van Wmo middelen, maar niet altijd is voldoende budget beschikbaar.

 

5) Interactieve presentatie met organisaties:

* Pom-project: (=preventieve ondersteuning mantelzorgers) Marinet Sanderink, de Pommer van Carint, krijgt van collega-thuiszorgmedewerkers een signaal als er ergens een overbelaste m.z.-situatie is. Als de m.z.-er dat wenst gaat ze op bezoek en bespreekt de draagkracht-draaglast situatie. Ze verwijst zo nodig door. Na 14 dagen belt ze terug om te horen of mensen er iets aan hebben gehad/mee hebben gedaan.

De begeleiding is in principe alleen voor Carint-cliënten maar later bij de discussie blijkt dat dit aanbod ook voor cliënten van de binnen de Wmo werkende thuiszorginstellingen zou kunnen gelden. Zorggroep Sint Maarten gaat ook onderzoeken of de door Mediant ontwikkelde methodiek bij hen gebruikt zou kunnen worden.

In de discussie wordt voorgesteld om opnieuw te proberen het Platform Zorg (1x per jaar bijeen) samen te voegen met het Platform Welzijn & Wonen (meerdere keren per jaar bijeen).

 

* Losser mantelzorg  ‘De Globe’: Marytha Verheyen is trots op het door haar zoon Purcy gecomponeerde muziekstuk dat ten gehore wordt gebracht. Ze schetst het ontstaan van De Globe in 1994. De Globe is een belangenorganisatie, ze is in principe 24 uur/dag bereikbaar voor m.z.-ers. Ze was betrokken bij het Pom-project en het zelfkeuze-arrangement rond respijtzorg, geeft lezingen in het hele land en regelt ook praktische zaken voor m.z.-ers. Vanaf 2012 stopt de gemeentelijke subsidie maar ze blijft zich toch inzetten. Ze is het meest trots dat ze als vertrouwenspersoon m.z.-ers mag bijstaan en dat ze het voortouw heeft genomen. “M.z. is niet begerenswaardig maar wel mooi,” volgens Marytha. Ook stelt ze nadrukkelijk dat de verzorgde in zijn/haar waarde gelaten moet worden.

 

* Mediant: Gwendolyn Burgman vertelt dat Mediant er is voor mensen die psychisch vastlopen. Ze hebben een preventief aanbod en behandelen. Bij het Pom-project gaat het om het voorkomen en in kaart brengen van (over)belasting. M.z.-ers van ggz-cliënten (ggz= geestelijke gezondheidszorg; kan gaan om depressie, schizofrenie, manisch-depressiviteit, borderline etc) herkennen zich nóg minder in de term m.z.-er. Kenmerk van een ggz-m.z.-er: 24 uur/dag bezorgd zijn om de verzorgde. Er is veel schaamte en taboe. Voor ggz m.z.-ers zijn er veel preventieve cursussen voor naast-betrokkenen. Gaat om ‘empowerment’: het sterker maken van de m.z.-er. Volwassenen worden gestimuleerd lotgenotencontact te zoeken. Haar wens is dat ggz-m.z.-ers ‘uit de kast komen’ en dat het taboe wordt doorbroken zodat er normaal over psychische problemen kan worden gepraat.

In de discussie komt naar voren dat de gemeente Losser voor het preventieve aanbod van Mediant 16.000 Euro betaalt.

 

Programma na de (heerlijke) lunch: Kijken naar de toekomst.

Nadat er in groepjes over zeven vragen is gediscussieerd komen als belangrijkste aspecten naar voren:

-        hou het eenvoudig (de niet-professional duizelt het van de vele projecten/organisaties)

-        één loket graag

-        spanningsveld vrijwilliger-betaalde kracht

-        liever geen marktwerking en wijkzuster terug

-        geen overlappingen van zelfde doelgroep/ minder versnippering

-        geen hulp opdringen

-        samenwerken met respect voor en vertrouwen in elkaar

-        bij samenwerking: privacy m.z.-er waarborgen

-        Pom-project uitbreiden

-        vergroten bewustwording van en identificatie met rol van m.z.-er

-        ook erkenning van m.z.-ers door hulpverleners en medemensen

-        ervaring van m.z.-ers meenemen in beleid

-        alert blijven op verborgen m.z. => achter elke patiënt zit een m.z.-er!

-        iedere professional moet ook de weg kennen

-        voorkom overbelasting

-        meer PR naar wijken/buurtschappen

-        we zijn allemaal verantwoordelijk voor het bereiken van en ondersteunen van m.z.-ers

-        spilfunctie: huisarts

 

De wethouder sluit af met de conclusie dat de krachten (nog meer) gebundeld moeten worden, één fysieke plek gewenst is, aan de erkenning/bewustwording moet worden gewerkt, we niet moeten overorganiseren, naar vindplaatsen moeten blijven zoeken en dat wellicht eigen-kracht-conferenties bruikbaar zijn bij ingewikkelde m.z.-situaties.

Vooral de vraag “wat wil de mantelzorger zélf” is cruciaal volgens wethouder Hassink.

 

Maureen sluit om 14.50 uur de bijeenkomst af onder dank aan alle ‘meedenkers’.

 

 

Losser,

22-11-2010

TH


Share our website