Publicaties

Voor u ligt de kadernota 2012. Deze nota staat nadrukkelijk in het teken van economische omstandigheden. Deze omstandigheden dwingen ons tot het maken van keuzes.

Terwijl de economie voorzichtig opkrabbelt, moet de overheid ingrijpend bezuinigen. De afgelopen jaren hebben de overheidsuitgaven de scherpe kantjes van de economische crisis afgehaald. Nu zal hiervoor, door onder andere de gemeenten, de prijs betaald moeten gaan worden: de sterk opgelopen staatsschuld en het omvangrijke begrotingstekort moet weer worden weggewerkt.

Het financieel perspectief voor de komende jaren kristalliseert zich steeds verder uit, maar is nog niet helemaal helder. Het Bestuursakkoord tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten moet nog worden bekrachtigd. Dit akkoord en de financiële doorrekening daarvan zijn cruciaal voor inzicht in de taken die Losser in de komende jaren dient uit te voeren en de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Echter op dit moment bevat het akkoord veel aanzetten tot nieuw of veranderend beleid, die nog nauwelijks zijn uitgewerkt en waarvan de consequenties voor de gemeente Losser moeilijk in te schatten zijn. Wij verwachten dat hierover bij de septembercirculaire meer inzicht wordt gegeven.

De gemeente staat dus voor een zware opgave. Structureel zullen er zaken moeten wijzigen, we moeten fundamentele keuzes maken. Daarnaast kan het ook zijn dat we door maatschappelijk veranderde inzichten tot bezuinigingen komen, die de weg vrij maken voor nieuw beleid dat bijdraagt aan de leefbaarheid binnen de kernen.

We hebben uw raad al geïnformeerd over het feit dat we deze kadernota op een andere wijze vormgeven, namelijk met een richtinggevend kader zoals toegelicht in de raadsinformatie van 18 april 2011. De nota is een koppelstuk tussen het collegeakkoord en de programmabegroting en biedt uw raad een handvat om bij te sturen op de hoofddoelstellingen van de gemeente. We benoemen in deze kadernota een aantal kaders waarbinnen meerdere hoofdthema's zijn uitgewerkt. In het proces naar de begroting toe kunnen deze kaders en thema's verder worden uitgewerkt en kan waar mogelijk de financiële doorvertaling worden gemaakt.

Het is van groot belang dat bij de behandeling van deze kadernota met uw raad een goede strategische discussie plaatsvindt waarbij duidelijke uitgangspunten worden benoemd. Zodat wij ons bij de verdere uitwerking en financiële doorvertaling kunnen richten op de onderdelen die voor uw raad prioriteit hebben. Het is voor ons namelijk niet mogelijk om álle onderdelen op korte termijn verder uit te werken.

Aan de hand van onderzoek zal vervolgens nog wel bekeken moeten worden welke onderdelen op korte termijn concreet uitgewerkt kúnnen worden.

De kadernota bevat de volgende onderdelen:

Bestuurlijke boodschap

In dit onderdeel zijn mogelijke uitgangspunten beschreven waarover wij graag in gesprek gaan met uw raad. Per kader en hoofdthema is toegelicht wat hiermee wordt bedoeld.

Financieel meerjarenperspectief

In dit onderdeel is vooral verder ingezoomd op het financieel perspectief, de financiële positie en het weerstandsvermogen van de gemeente Losser.

A. Bestuurlijke boodschap

Wij willen met deze kadernota een robuuste koers uitzetten, waarbij we ons laten leiden door de maatschappelijke werkelijkheid tegen de achtergrond van de economische en financiële situatie. Het collegeakkoord 2010-2014 geldt hierbij als uitgangspunt.

De uitkomsten van de inwonersenquête zijn meegenomen bij de overwegingen en de verdere uitwerking van de kadernota.

Het begrotingstekort van het rijk is hoog en deze wordt doorvertaald naar de lokale overheid, terwijl de maatschappelijke opgaven onverminderd blijven of zelfs groeien. En daarnaast heeft de gemeente natuurlijk ook nog haar eigen ambities. Om deze ambities waar te kunnen maken zullen we (rekeninghoudend met maatschappelijke ontwikkelingen) middelen vrij moeten spelen.

Onze maatschappelijke opgaven moeten dus op een andere wijze worden aangepakt. Hierbij kunt u denken aan het stimuleren van de zelfredzaamheid en medeverantwoordelijkheid van onze inwoners, meer samenwerken met het maatschappelijk middenveld en andere overheden, toepassen van het profijtbeginsel (degene die gebruik maakt van openbare voorzieningen betaalt daarvoor) et cetera.

Er zullen ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden waarvan de gevolgen groot kunnen zijn.

Kader 1: Andere rol van de overheid

De noodzaak om te bezuinigen kan ook worden gezien als een kans. Het is een kans om de verantwoordelijkheden daar neer te leggen (en te laten) waar ze het beste tot hun recht komen. Bovendien is het een kans om onze organisatie daarop vervolgens efficiënter en effectiever uit te rusten. Het streven is dan om sterker uit de crisis terug te komen, gericht op de nieuwe rol van de overheid.

1.1 Civil society

Er voltrekt zich in onze samenleving een grote verandering. De relatie tussen burgers en overheid verandert. Maatschappelijke opgaven worden steeds meer samen met het maatschappelijk middenveld, burgers en ondernemers opgepakt. En er worden steeds meer taken en verantwoordelijkheden overgedragen naar maatschappelijk middenveld, burgers en ondernemers. Op deze manier wordt een collectieve verantwoordelijkheid bewerkstelligd met een inspirerende overheid. Dit proces wordt versneld door de zwakke financiële positie van de overheid waardoor het benutten van de kracht van de samenleving extra hard nodig is.

Om alvast een beeld te geven waaraan gedacht kan worden bij bovengenoemde ontwikkeling geven we een aantal voorbeelden:

- wijk-/dorpsgericht werken implementeren. Dit houdt in dat samen met wijken en dorpen beleid wordt vormgegeven, waarbij vooraan in het proces meer verantwoordelijkheden en taken bij de samenleving worden neergelegd. Hierbij kan worden gedacht aan een vast aanspreekpunt per wijk/kern in de ambtelijke organisatie;

- actief inzetten op het bevorderen van zelfwerkzaamheid en versterking van sociale structuren. De fysieke uitvoering op onderdelen neerleggen bij de wijken/kernen zelf.

Het is echter van groot belang om eerst een visie te ontwikkelingen op het terrein van civil society. Zodat vervolgens goed overwogen bepaald kan worden hoe we deze ontwikkeling in de Losserse praktijk het beste kunnen vormgeven.

1.2 Kerntakendiscussie

Willen we de nieuwe rol van de overheid in Losser serieus oppakken dan zal in beeld gebracht moeten worden wat onze kerntaken zijn. Een kerntaak is een gemeentelijke taak die door uw raad als essentieel wordt gezien voor inwoners, bedrijven en instellingen binnen de gemeente. Het is dus van belang om te bepalen welke taken we – naast wettelijk verplichte taken – als gemeente willen blijven uitvoeren.

Als we dit proces willen oppakken zal er een voorstel aan uw raad voorgelegd worden waardoor u ons duidelijk kunt maken welke taken tot onze kerntaken behoren. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat er een duidelijke visie is op de gemeente Losser (wat voor gemeente willen we zijn, waar willen we ons voor inzetten, et cetera).

1.3 Voorzieningen

We kunnen de gemeentelijke voorzieningen in Losser tegen het licht houden. Zodat bepaald kan worden welke voorzieningen we minimaal willen behouden, welk niveau hierbij gehanteerd moet worden en wat de rol van de gemeente Losser is bij het in stand houden van deze voorzieningen.

Een optie is om in beeld te brengen welke voorzieningen er zijn in Losser en wat de bijdrage van de gemeente is. Zo kan goed overwogen worden bepaald welke voorzieningen moeten blijven en kunnen we eenduidig beleid vaststellen.

1.4 Verhoging van de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

De gemeente Losser kent een grote groep burgers die een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt hebben. De huidige economische situatie zorgt ervoor dat deze afstand moeilijk te overbruggen is. Toch is het belangrijk dat iedereen in onze samenleving meedoet. Bovendien zijn er op dit moment weinig reguliere banen beschikbaar en daarom vraagt deze bijzondere situatie om bijzondere maatregelen.

Werkgevers worden al uitgedaagd om (additioneel) werk te creëren, dat moet ook zo blijven. En op dit moment wordt het groenonderhoud in onze kernen al voor 75% uitgevoerd door medewerkers van Top Craft.

Maar waar mogelijk kunnen we deze ontwikkeling nog meer stimuleren. Zo kunnen we mensen ook laten participeren door in te zetten op participatiebanen, onder andere bij de uitvoering van zorg- en welzijnstaken en overige dienstverlening binnen de kernen. En we kunnen bij aanbestedingen in de gunningscriteria opnemen dat marktpartijen mensen uit de bijstand of van de sociale werkvoorziening werkzaamheden moeten bieden. Zo blijven mensen arbeidsfit en wordt hun afstand tot de arbeidsmarkt beperkt, waardoor ze bij het aantrekken van de economie meteen uitzicht hebben op regulier werk.

De huidige ontwikkelingen in de wetgeving (loondispensatie, nieuwe wet werken naar vermogen) geven ons als gemeente meer mogelijkheden om mensen mee te laten doen.

 

Kader 2: Samenwerking, partners, uitbesteden en privatiseren

Wil de gemeente Losser haar ambities ook in de toekomst waar kunnen maken dan vergt dit meer samenwerking, partnerschap en verbondenheid – tussen de gemeente en alle andere partijen: Lossernaren, organisaties, instellingen, bedrijven en andere overheden.

2.1 Regionale samenwerking met andere overheden

Regionale samenwerking is van groot belang.

Zo kan er nog nauwer worden samengewerkt met onze buurgemeenten om de gemeentelijke dienstverlening effectiever te maken. Dit leidt op termijn tot verhoging van de kwaliteit, vermindering van de kwetsbaarheid en biedt efficiencyvoordelen. De samenwerking met het Gemeentelijk Belastingkantoor en de gemeente Enschede zijn hiervan mooie voorbeelden. In verband met de overzichtelijkheid en beheersbaarheid is het wel van belang om zoveel mogelijk te kiezen voor één partner. Samenwerking met meerdere partners leidt tot complexere afstemmingsvraagstukken met afstemmingsinefficiëntie tot gevolg.

Verder is het van belang om de samenwerking met de provincie en de regio Twente te stimuleren. Dit levert niet direct een structurele bezuiniging op, maar bij het realiseren van toekomstige projecten kunnen door samenwerking met beide overheden mogelijk wel subsidies worden binnengehaald. Een recentelijk voorbeeld is het programma Hart van Overdinkel.

2.2 Verbonden partijen

Ook voor de verbonden partijen geldt dat de samenwerking effectief en efficiënt dient te zijn. Nu er landelijk stevig bezuinigd moet worden door gemeenten, kan dit betekenen dat zij samen met ons 'de trap af gaan”. Tegelijkertijd weten we dat een aantal partijen zelfs al moeite heeft met hun huidige budgettaire kaders. Wij zouden hier kritischer naar kunnen kijken en hierbij de samenwerking met andere gemeenten kunnen opzoeken. Er dient bij een taakstelling op verbonden partijen namelijk wel consensus te zijn met andere gemeenten. En de verbonden partij moet deze taakstelling in de begroting hebben verwerkt.

2.3 Samenwerking met partners

Daarnaast kan de samenwerking met partners (zoals woningcorporaties, scholen, sportverenigingen) en het bedrijfsleven worden versterkt. Om onderlinge belangen met elkaar te verbinden en elkaar sterker te maken. Bovendien kunnen waar mogelijk belemmeringen voor elkaars verdere ontwikkeling weggenomen worden. Wij zijn ervan overtuigd dat deze partners veel creatieve ideeën hebben. Als we er in slagen om deze kracht gezamenlijk goed te gebruiken, kunnen ook gezamenlijke ambities waargemaakt worden. Een mooi voorbeeld is de samenwerking met Domijn bij Hart voor Overdinkel.

2.4 Samenwerking met marktpartijen (publiek private samenwerking = PPS)

Er kan kritisch worden bekeken op welke onderdelen we binnen onze organisatie PPS kunnen toepassen en welke voordelen dit oplevert (ook op de lange termijn). PPS is de meest verregaande vorm van samenwerking met de markt. Voordeel van dergelijke contracten is dat marktpartijen verantwoordelijk zijn voor het ontwerp, de bouw, de financiën, het onderhoud op lange termijn en/of het operationeel houden van een bepaald project. Hierdoor zullen zij bij het ontwerp al rekening houden met de onderhoudskosten op lange termijn. Dit kan financiële voordelen opleveren.

De overheid blijft bij PPS wel eindverantwoordelijk.

2.5 Privatisering/uitbesteden

We kunnen onderzoeken of er gemeentelijke taken zijn die we beter kunnen privatiseren of uitbesteden. Hier kunnen twee redenen aan ten grondslag liggen:

- het doorvoeren van bezuinigingen op autonome beleidsterreinen van onze gemeente;

- het overdragen van gemeentelijke taken omdat deze niet meer tot onze verantwoordelijkheid behoren.

Een recent voorbeeld is de privatisering van de buitensportaccommodaties (gebouwen en kunstgrasvelden) in Losser.

Privatisering en uitbesteden betekenen beiden dat taken niet langer door onze gemeente worden uitgevoerd maar door een private partij. Bij het uitbesteden van taken blijft de gemeente verantwoordelijk voor de gemeentelijke voorziening. Bij privatisering draagt de private partij de volledige verantwoordelijkheid en kan de gemeente Losser de eigenaar niet langer rechtstreeks aansturen.

Kader 3: Dienstverlening

3.1 Dienstverlening (wettelijk verplicht)

Veel diensten zijn we als gemeente verplicht om te leveren, zoals bijvoorbeeld het verstrekken van paspoorten, het inzamelen van afval en het onderhouden van de openbare ruimte. Bij een aantal diensten hebben we wel beleidsvrijheid over het niveau van die dienstverlening. Het is goed om het niveau van deze dienstverlening in de volle breedte eens kritisch tegen het licht te houden. Dit betekent in eerste instantie het huidige niveau vaststellen (nulmeting), zodat vervolgens het gewenste niveau kan worden bepaald.

3.2 Dienstverlening (niet wettelijk verplicht)

De gemeente levert ook diensten die niet wettelijk verplicht zijn maar vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn logopedie en de bedrijvencontactfunctie. Een optie is om deze diensten in beeld te brengen en te overwegen of we deze diensten nog willen blijven leveren. Als we bepaalde niet wettelijk verplichte diensten wel willen blijven leveren kunnen we ook hiervan het niveau van de dienstverlening kritisch tegen het licht houden.

3.3 Profijtbeginsel

Waar mogelijk en maatschappelijk verantwoord kan gewerkt worden volgens het profijtbeginsel. Dit betekent dat degene die gebruik maakt van onze dienstverlening deze ook volledig betaalt (zoals rijbewijs, bouwvergunning en voorzieningen). Dit kan dus betekenen dat inwoners voor bepaalde diensten meer gaan betalen.

3.4 Subsidies

De gemeente verstrekt subsidies aan allerlei doelgroepen, verenigingen, etc. in de Losserse gemeenschap. We kunnen deze subsidies kritisch tegen het licht houden en opnieuw overwegen welke subsidies we blijven verstrekken en welke niet. Het dilemma is dat we recentelijk het Uitvoeringsbesluit Waarderingssubsidie hebben vastgesteld. Wij wisselen graag met u van gedachten of u deze subsidies opnieuw tegen het licht wilt houden.

Verborgen subsidies

Om de subsidies goed tegen het licht te kunnen houden is het van belang de verborgen subsidies in beeld te brengen, zodat er een compleet beeld ontstaat van alle bijdrage die wij aan verschillende voorzieningen, verenigingen, et cetera leveren. Het tegen niet-kostendekkende tarieven beschikbaar stellen van materialen, velden of zalen is een vorm van verborgen subsidie.

 

Kader 4: Innovatie

Wij staan met onze gemeente voor een forse opgave. Samen met de externe ontwikkelingen dwingt het ons om met slimme, innovatieve ideeën optimaal rendement te halen uit de investeringen in de samenleving. Gemeenten richten zich vaak eenzijdig of efficiencyverbetering en kostenverlaging waardoor het innovatievermogen gering is. Als college vinden wij het belangrijk om ook te denken in kansen en innovatieve ideeën. Een deel van onze bezuinigingen kunnen we proberen in te vullen door extra inkomsten te genereren uit de innovatieve ideeën.

Onder innovatie verstaan wij vernieuwing van processen en diensten zowel binnen als buiten onze organisatie. Hierbij is het van belang om buiten de gebaande paden te denken (baanbrekend, grensverleggend). Dit vraagt een vernieuwende werkwijze.

Wij kunnen onszelf als doel stellen om het innovatieve vermogen in de organisatie te bevorderen en met creatieve en innovatieve ideeën bij te dragen aan de financiële opgave waarvoor we staan. Hiervoor is onder andere van belang dat we:

- naar buiten kijken. Door nieuwe ontwikkelingen te volgen, de behoeften van burgers goed in kaart te brengen en over grenzen van de eigen gemeente te kijken zijn we meer innovatief.

- talenten van burgers benutten en kritische burgers koesteren, zij geven vaak feedback die nodig is voor succesvolle innovatie.

- inzetten op kernwaarden/-kwaliteiten van de gemeente Losser. Door bijvoorbeeld samen met ondernemers in te zetten op toeristische innovatiemogelijkheden kan werkgelegenheid worden gecreëerd en behouden.

Kader 5: Bedrijfsvoering

Op het gebied van personeel en organisatie is de laatste jaren door intensivering van de regionale samenwerking een forse efficiencywinst behaald. Zo is in 2011 het team Belastingen overgegaan naar het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente en zijn de afdelingen Dienstverlening en Bestuurs- en Concernondersteuning overgegaan naar de gemeente Enschede. Het aantal formatieplaatsen is hierdoor met ca. 30% gedaald.

Verder worden er op dit moment mogelijkheden onderzocht voor samenwerking met andere gemeenten op het terrein van Werk, Inkomen en Zorg. En er wordt hard gewerkt aan het realiseren van een netwerk RUD (Regionale Uitvoeringsdienst).

De komende periode zullen we kritisch moeten blijven kijken naar de omvang en de invulling van de formatie. Hieronder een aantal belangrijke pijlers:

5.1 Het Nieuwe Werken

Het Nieuwe Werken is een pakket aan principes en richtlijnen voor een veranderstrategie. Het gaat vooral om een verandering van cultuur en mentaliteit, waarbij de nieuwste technologie helpt om de verbinding tussen mensen maar ook tussen organisaties te leggen. Wij kunnen hiermee proberen om het werken effectiever, efficiënter maar ook plezieriger te maken voor zowel de organisatie als de medewerkers. In algemene zin kan dit voordelen opleveren op de volgende terreinen: ICT, huisvesting, secretariaat en aantrekkelijk werkgeverschap. Er zal wel eerst een eenmalige investering aan de voorkant gedaan moeten worden. Zo zullen de nieuwste ICT toepassingen moeten worden ingevoerd en zal er een cultuurveranderingstraject moeten plaatsvinden.

5.2 Optimaliseren processen/ramingen

Interne processen kunnen we nog eens kritisch laten doorlichten door onderzoeken naar doeltreffendheid en doelmatigheid te laten uitvoeren.

- bij doeltreffendheid wordt onderzocht of onze inspanningen en de behaalde resultaten ook daadwerkelijk het gewenste maatschappelijke effect hebben gehad;

- bij doelmatigheid wordt onderzocht of dat ook met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen gebeurd.

Met deze kennis kan de kwaliteit van onze prestaties en dienstverlening waar nodig worden verbeterd en zo kan nog scherper worden gewerkt aan de opgaven die we als gemeente hebben.

We kunnen interne processen benoemen die we de komende jaren willen laten onderzoeken. Dit overzicht zal dan worden opgenomen in de programmabegroting.

5.3 Duurzaamheid

In het kader van verantwoord ondernemen is duurzaamheid bij de overheid een belangrijk issue. Maar duurzaamheid is ook actueel omdat bezuinigingen mogelijk zijn door duurzaam beleid in te voeren. Voordat structurele bezuinigingen mogelijk zijn zal er wel eerst fors geïnvesteerd moeten worden.

We kunnen een visie ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid zodat goed wordt overwogen wat we de komende jaren willen bereiken op dit terrein en welke maatregelen daarvoor getroffen moeten worden.

5.4 Gemeentelijke gebouwen ten behoeve van de gemeentelijke dienst

Het is van belang om kritisch te kijken naar de gebouwen in eigendom die gebruikt worden voor de gemeentelijke dienst. We kunnen een visie ontwikkelen waarbij antwoord wordt gegeven op de vraag wat we hier in de toekomst mee willen doen (behouden of afstoten). Het is van belang om dit vraagstuk te koppelen aan het Nieuwe Werken. Door op de werkvloer meer gebruik te maken van de nieuwste technologie kan ervoor worden gekozen om medewerkers de mogelijkheid te bieden op andere locaties te werken. Vervolgens kunnen in het gemeentehuis flexplekken worden gerealiseerd. Dit zou uiteindelijk moeten leiden tot minder vaste werkplekken, waardoor bezuinigd kan worden op kantoorinrichting en afschrijvingen.

Vervolg

Zoals al eerder aangegeven willen we in de aanloop naar de begroting bepaalde kaders en hoofdthema's verder uitwerken en waar mogelijk een financiële doorvertaling maken. Het collegeakkoord blijft hierbij als uitgangspunt gelden en ook de uitkomsten van de inwonersenquête worden meegewogen.

Investeringsbudget

Om binnen de genoemde kaders structurele bezuinigingen te kunnen realiseren moet op een aantal onderdelen eerst geïnvesteerd worden. Daar is incidenteel geld voor nodig.

Zaken waarin eerst geïnvesteerd moet worden:

- investeringen op het gebied van het Nieuwe Werken (zoals het invoeren van nieuwe ICT toepassingen en het investeren in veranderingstrajecten);

- investeringen op het gebied van duurzaamheid (zoals het uitvoeren van een energiescan en het treffen van energiebesparende maatregelen);

Verder is het noodzakelijk dat er tijdelijk formatie beschikbaar komt voor de verdere uitwerking van verschillende kaders/thema's. Willen we onze bezuinigingstaakstelling realiseren dan is het van groot belang om dit de komende jaren serieus op te pakken. Dit kost veel extra tijd wat niet is op te vangen binnen de huidige formatie. Daarnaast gaat het in veel gevallen om een andere wijze van werken, denken en ondersteunen. Hiervoor is een drijvende kracht noodzakelijk.


B. Financiële paragraaf

1. Financieel perspectief

Zoals in de bestuurlijke boodschap reeds is aangegeven hebben de naweeën van de economische crisis en de ontwikkelingen van het rijk, die nog op ons afkomen, grote effecten op het financieel perspectief van de gemeente Losser.

1.1 Ontwikkelingen rijk

Terwijl de economie voorzichtig opkrabbelt, moet de overheid ingrijpend bezuinigen. De afgelopen jaren hebben de overheidsuitgaven de scherpe kantjes van de economische crisis afgehaald. Nu zal hiervoor, door onder andere de gemeenten, de prijs betaald moeten gaan worden: de sterk opgelopen staatsschuld en het omvangrijke begrotingstekort moet weer worden weggewerkt.

Het financieel perspectief voor de komende jaren kristalliseert zich steeds verder uit, maar is nog niet helemaal helder. Het Bestuursakkoord tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten moet nog worden bekrachtigd. Dit akkoord en de financiële doorrekening daarvan zijn cruciaal voor inzicht in de taken die Losser in de komende jaren dient uit te voeren en de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Echter op dit moment bevat het akkoord veel aanzetten tot nieuw of veranderend beleid, die nog nauwelijks zijn uitgewerkt en waarvan de consequenties voor de gemeente Losser moeilijk in te schatten zijn. Wij verwachten dat hierover bij de septembercirculaire meer inzicht wordt gegeven.

1.2 Decentralisaties

Met het bestuursakkoord wordt een beweging doorgezet waarin de gemeenten nog beter tot hun recht moeten komen als eerste overheid. De gemeente Losser is de eerste bestuurslaag, die het dichtst bij de burger staat. Door deze decentralisaties worden omvangrijke taken overgeheveld naar de gemeente Losser.

De decentralisaties die voor de gemeente Losser grote gevolgen zullen hebben betreffen:

- De bundeling van verschillende regelingen voor de onderkant van de arbeidsmarkt

Hier wordt een tamelijk rigoureuze hervorming van het stelsel (werken naar vermogen) voorgesteld, waarvan de gevolgen voor de gemeente aanzienlijk maar tegelijkertijd nog niet goed te overzien zijn. Voor de gemeenten zijn tevens nieuwe taken weggelegd (bijvoorbeeld maatschappelijke taken bijstandsgerechtigden, zorg voor Wajong'ers, WSW), zonder dat er duidelijkheid is over wat daar tegenover staat.

- Begeleiding AWBZ

Volgens het regeerakkoord worden gemeenten vanaf 2013 verantwoordelijk voor de begeleiding van nieuwe aanvragers. Per 2014 is dat het geval voor alle bestaande gebruikers van begeleiding. Hiermee is een bedrag tussen € 2,1 en € 3,3 miljard gemoeid, waarvan de mogelijk aangekondigde efficiencykorting 5% zal gaan bedragen ofwel ± € 140 miljoen op het totaal.

- Jeugdzorg

Gemeenten worden verantwoordelijk voor alle jeugdzorg. Het kabinet heeft de voornemens uit het regeerakkoord nog niet vertaald in concrete plannen. Maar de bedragen, die hier in omgaan bedragen +/- € 3,5 miljard, waarvan de mogelijke efficiencykorting waarschijnlijk € 80 miljoen in 2015 oplopend tot € 300 miljoen in 2017 zal gaan bedragen.

Genoemde decentralisaties hebben grote financiële gevolgen, waar op dit moment veel onduidelijkheid over bestaat. Wel zeker is dat er kortingen zullen volgen. We moeten bij het opstellen van de begroting 2012 – 2015 fundamentele keuzes maken ten aanzien van de wijze waarop wij de te verwachte bezuinigingen willen realiseren. Daarbij kan het standpunt zijn dat een terugval van Rijksmiddelen één op één wordt doorvertaald naar een lager budget voor het betreffende onderwerp.

1.3 Algemene Uitkering

De berekening van de algemene uitkering in de programmabegroting 2011-2014 is gebaseerd op de septembercirculaire 2010. Gevolgen van de meicirculaire 2011 betrekken wij bij het opstellen van deze kadernota.

Voor het opmaken van de programmabegroting 2011-2014 is uitgegaan van de geschatte bezuinigingen (volumekorting) door het Rijk en de gevolgen daarvan die dit zouden hebben op het gemeentefonds.

Bij de algemene uitkering zijn de onderstaande bedragen in mindering gebracht:

- 2012: € 425.000

- 2013: € 850.000

- 2014: € 1.275.000

- 2015: € 1.700.000

Alhoewel in het bestuursakkoord geen sprake meer is van een volumekorting, achten we toch – gezien de ontwikkeling met betrekking tot de decentralisaties – behoedzaamheid geboden. Een concrete financiële vertaling met betrekking tot de decentralisaties heeft in de meicirculaire nog niet plaats gevonden en zal op een later tijdstip volgen, naar verwachting in de septembercirculaire. Het Rijk gaat efficiencykortingen op de over te hevelen budgetten toepassen. De efficiencykorting op de Wet Werken naar vermogen kan naar verwachting niet volledig worden doorvertaald naar het betreffende onderwerp.

Daarom zullen bovenstaande bedragen gehandhaafd blijven om de effecten op de over te dragen taken van het rijk (decentralisaties) financieel op te vangen. Mochten de financiële consequenties meevallen dan kunnen we de ruimte benutten voor nieuw beleid dat bijdraagt aan de leefbaarheid binnen de kernen.

Met de herinvoering in 2012 van de 'trap op, trap af - systematiek', de koppeling van het

Gemeentefonds aan de ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, brengen

circulaires weer nieuws over het jaarlijkse accres. In de meicirculaire is dat goed nieuws:

het accres 2012 en ook het accres voor de gehele kabinetsperiode 2012-2015 liggen hoger dan vermeld in de decembercirculaire 2010.

Op dit moment zien de ontwikkelingen in de meicirculaire met betrekking tot de algemene uitkering ten opzichte van de september circulaire er positiever uit, maar over veel dingen zijn nog onduidelijkheden, met grote financiële consequenties.

Ontwikkeling Algemene Uitkering

(bedragen * € 1.000)

2012

2013

2014

2015

September circulaire 2010

18.533

18.233

17.850

17.850

Mei circulaire 2011

19.562

19.265

19.043

18.304

Mutatie meicirculaire 2011 t.o.v. septembercirculaire 2010

1.029

1.032

1.193

454

1.4 Centra jeugd en Gezin (CJG)

Bekend is dat in 2012 'De Brede Doel Uitkering CJG” zal worden overgeheveld naar de Algemene uitkering. Het macrobudget voor het jaar 2011 bedraagt hiervoor € 359,2 miljoen. Dit bedrag wordt met ingang van 2012 via een decentralisatie-uitkering (CJG DU) aan gemeenten ter beschikking gesteld. De verdeling hiervan is nog niet bekend. In 2012 stopt dus de specifieke uitkering. De huidige raming hiervoor komt in de begroting 2012 te vervallen. In de algemene uitkering is voorlopig het bedrag dat ontvangen wordt voor het jaar 2011 opgenomen. Dit bedraagt € 408.000. Dit verloopt daarom voor de gemeente Losser op dit moment budgettair neutraal. Op basis van de septembercirculaire (of indien eerder via de site van het ministerie) wordt het exacte bedrag bekend gemaakt.

2. Financiële positie

Nationaal uitvoeringsplan: betreft een voorfinanciering binnen het gemeentefonds waarmee gemeenten in staat zijn investeringen te doen i.h.k.v. de implementatie van de E-overheid.

2.1 Aanpassing rente %

Gezien de renteontwikkelingen op de markt is in de programmabegroting 2011-2014 voor nog op te nemen geldleningen uitgegaan van een rente van 4%. De huidige ontwikkeling laat zien dat dit niet meer reëel is en daarom achten wij het noodzakelijk om dit rentepercentage met 0,5% naar boven bij te stellen.

3. Weerstandsvermogen

3.1 Beleid omtrent weerstandscapaciteit en risico's

Op 7 november 2006 is de 'Nota reserves en voorzieningen 2006” vastgesteld. Hierin is de omvang van de 'ijzeren reserve” vastgesteld op 10% van het begrotingstotaal (€36.000.000) om de risico's op te kunnen vangen. In 2009 heeft de raad besloten om de ijzeren algemene reserve te verhogen met een bedrag van €1.500.000.

De beleidsregels ten aanzien van de ijzeren reserve en algemene risicoreserve zijn als volgt:

- Indien de algemene risicoreserve zak onder de € 5.100.000 (€3.600.000 + €1.500.000) dan worden direct (bezuinigings)maatregelen getroffen die er toe moeten leiden dat minimaal het niveau van de 10% weer wordt bereikt;

- Indien de algemene risicoreserve zakt onder de €1.800.000 (5% van de €36.000.000) dan worden de komende jaren eventuele meevallers bestemd voor aanvulling van deze reserve tot het gewenste niveau.

De omvang van de ijzeren algemene reserve en de algemene risicoreserve worden eens in de 4 jaar bij het opstellen van de nota reservebeleid opnieuw vastgesteld. Eind 2011 wordt de nota vernieuwd en de omvang van de reserves opnieuw bepaald.

3.2 Ontwikkeling van de weerstandcapaciteit

In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit weergeven:

Componenten

Jaarverslag

2010

(voor bestemming resultaat 2010)

Begroting

2010

(geactualiseerd na najaarsnota)

Begroting 2011

(conform primitieve begroting)

Begroting 2011

(geactualiseerd en na bestemming 2010)

Algemene reserve:

- IJzeren algemene reserve

5.100.000

5.100.000

5.100.000

5.100.000

- Algemene risicoreserve

1.800.000

1.800.000

1.197.000

1.800.000

- Vrije algemene reserve

676.000

712.000

0

1.413.000

Totaal

7.576.000

7.612.000

6.297.000

8.313.000

3.3 Ontwikkeling reserves

Het onderstaande overzicht ten aanzien van de meerjarige ontwikkeling van de algemene reserve laat zien dat de algemene risicoreserve in 2011 op het vastgestelde minimum zit.


Share our website

Quicklinks

Twitter