Publicaties

jan. 2010: Zelfstandig blijven: Samenwerken moet! Bestuurlijke notitie gemeente Losser


 

Bestuurlijke notitie bij het rapport “Zelfstandigheid, wat is dat?” ten behoeve van de gemeenteraad in Losser.

Portefeuillehouder: Burgemeester J.D. Westendorp

Opsteller: Gemeentesecretaris R.H. Tink

I. Inleiding

Al een aantal jaren is de lokale wens om te komen tot een intensivering van de

samenwerking met andere gemeenten luid hoorbaar. Deze geluiden worden meestal

ingegeven door de gedachte dat daarmee het nodige geld kan worden vrijgespeeld voor

andere belangrijke uitgaven binnen de begroting van de gemeente. Anderen denken dat de

slagkracht van de gemeente wordt vergroot.

Dit is echter een te beperkte invalshoek en niet het wezenlijke vraagstuk. Het gaat om meer.

Begrippen als continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening en een minder kwetsbare

positie om taken naar behoren uit te voeren, kunnen belangrijke effecten zijn van

samenwerking tussen gemeenten.

Op meerdere terreinen wordt door onze gemeente al invulling gegeven aan samenwerking.

Te denken valt bijvoorbeeld aan de samenwerking van de brandweer in Noord Oost Twente

(NOT) verband, de samenwerking op het gebied van de Basisregistratie Adressen en

Gebouwen (BAG) en de werving van personeel met Dinkelland en Tubbergen en op het

gebied van onderwijs met Oldenzaal en Dinkelland. De resultaten zijn tot nu toe nog beperkt

en bovendien is er sprake van wisselende samenwerkingsverbanden.

Voor de dagelijkse zaken is er ruim voldoende inhoudelijke kwaliteit in huis. Op enkele

terreinen hebben we zelfs zeer goede kwaliteit in huis.

Thans is er echter alle aanleiding om zwaar in te zetten op dwingende

samenwerkingsverbanden. In de eerste plaats verwijzen wij naar het bestuursakkoord dat

onder informateur Meijer op 29 oktober tot stand is gekomen. Uitgangspunt daarbij is dat alle

partijen in de gemeenteraad hebben uitgesproken dat Losser als zelfstandige gemeente door

moet gaan. Wij citeren:

“De uitvoering van taken heeft richting nodig en zit klem tussen de druk van de (e-)overheid,

de vraag van burgers en bedrijven en lokale (on)mogelijkheden. Duidelijk is dat er behoefte

is aan tempo en vorm. Het kiezen is lastig, maar Losser ontkomt niet aan die fundamentele

keuze voor de uitvoering van haar taken, mede gelet op het besluit tot een forse reductie van

de formatie van de gemeentelijke organisatie. Deze keus moet in het licht worden gezien van

een continuïteitsfactor om zelfstandig te kunnen blijven. Op termijn alles zelf blijven doen is

geen reële optie. Er ligt een duidelijk keuzevraagstuk waaraan ook politiek bestuurlijke

consequenties verbonden kunnen zijn. Ik stel voor hiervoor een gemeenschappelijke visie te

ontwikkelen, waarbij een toekomstbeeld wordt opgebouwd gebaseerd op zelfstandigheid. In

deze visie moet een goed inzicht worden gegeven in de prijs-kwaliteitsverhouding. Daarbij

acht ik het verstandig dat het gehele proces extern wordt begeleid”

Daarnaast heeft de gemeenteraad in november de begroting 2010 – 2013 vastgesteld. In

deze begroting is de bij de ombuigingsoperatie in mei vastgestelde en door de informateur

geciteerde forse personele reductie verwerkt. Een substantieel deel daarvan moet worden

gevonden in het afstoten van werkzaamheden.

Het bestuursakkoord spreekt dus uitdrukkelijk over het ontwikkelen van een visie. Met

andere woorden: welke strategische keuzes dienen er te worden gemaakt? Wat zijn de

2

randvoorwaarden van bijvoorbeeld de rijksoverheid? Welke beperkingen legt de

informatiearchitectuur ons op. Bijvoorbeeld welke eisen stelt het rijk aan onze

verantwoordingsplicht, welke software is daarvoor verplicht, welke basisregistraties zijn

verplicht en hoe vullen we uiteindelijk die samenwerking in?

In dat licht hebben wij de directie de opdracht gegeven te komen met een kernnotitie. Deze

treft u als apart rapport onder de naam “Zelfstandigheid, wat is dit?” bij deze bestuurlijke

notitie aan. Graag willen wij met uw raad van gedachten wisselen over de te bepalen koers

en onze overwegingen en besluiten daarvoor. Deze gedachtenwisseling vindt plaats in een

gezamenlijke commissievergadering van 26 januari 2010. Twee weken daarna zal dit

moeten leiden tot besluitvorming in de gemeenteraad van 9 februari 2010. Dit tempo voor

richtinggevende uitspraken van uw raad is noodzakelijk, omdat de gemeente Losser in deze

fase zelf nog invulling kan geven aan de strategische richting. Wachten wij te lang, dan lopen

we het gevaar dat andere overheden en instanties onze invulling van zelfstandigheid gaan

bepalen.

II. Urgentiegevoel is noodzakelijk

Vanuit de wens van de gemeenteraad dat de gemeente Losser als zelfstandige bestuurlijke

entiteit moet doorgaan, dient er nu tempo te worden gemaakt bij het maken van strategische

keuzes, het opstellen van een uitvoeringspad en de praktische invulling van de te kiezen

samenwerkingsvorm(en). Daarvoor is nodig een echt besef van urgentie. Twee belangrijke

redenen liggen aan die noodzakelijke urgentie ten grondslag:

1. De eisen van het rijk in het kader van het Nationaal Urgentie Programma (NUP).

2. Het tempo waarin de gemeente Losser de (personele) ombuigingen moet realiseren.

Ad 1.

Het rijk verlangt van de gemeenten de komende jaren een zeer forse inspanning om te

komen tot een vergaande digitalisering (e-overheid), het inrichten van een Klant

ContactCentrum (KCC) en het tot stand brengen van basisregistraties.

Doel is om gemeenten meer samenlevingsgericht te positioneren. Deze bewegingen zijn

samengevat in het Nationaal Urgentie Programma (NUP) van het Ministerie van

Binnenlandse Zaken en kent vormen zoals antwoord© en de Ballenbak, een samenhangend

geheel van ca 40 (digitaliserings)projecten. De diensten moeten 24 uur per dag, 7 dagen in

de week kunnen worden geleverd via verschillende (gedigitaliseerde) kanalen. Het rijk koerst

op een eenduidige overheid met één ingang per 1 januari 2015. In dit proces zit nauwelijks

speelruimte voor de gemeente.

Ad 2.

De begroting 2010 – 2013 voorziet in een personele ombuiging van € 948.000 (ongeveer

10% van de arbeidsplaatsen), uiterlijk te realiseren in het jaar 2012. Deze taakstelling is ook

al voorwaarde om opnieuw preventief toezicht te voorkomen. Dat betekent dat we maar twee

jaar hebben om deze ombuiging te realiseren. Dat is geen sinecure. Op 22 december

hebben wij de notitie “Doorontwikkeling organisatiestructuur gemeente Losser” vastgesteld.

In deze plannen is voorzien in een forse afslanking van het management, het schrappen van

arbeidsplaatsen als gevolg van het wegvallen van taken en de inverdieneffecten van het

aangaan van dwingende samenwerkingsverbanden. Eenderde van dit inverdieneffect wordt

getracht tot stand te brengen door samenwerkingsconstructies. In dit verband wijzen wij u

naar hoofdstuk 6 van bijgaand rapport. Het college kan deze taakstelling alleen maar

waarmaken als de gemeenteraad op korte termijn deze ombuigingsoperatie ondersteunt met

het maken van strategische keuzes.

3

Kortom, een hoog tempo in de besluitvorming is geboden.

III. Categorisering van de gemeentelijke werkzaamheden

Alvorens een beschouwing te geven over de voor- en nadelen van diverse

samenwerkingsvormen, achten wij het noodzakelijk eerst een categorisering in de

gemeentelijke werkzaamheden aan te brengen. Deze is nodig omdat we bij samenwerking of

uitbesteding aanlopen tegen sterke verschillen per soort werkzaamheden. Wij komen tot de

volgende vijf categorieën:

a. Beleidstaken waarover de gemeente zeggenschap dient te houden om de gemeente

ook echt een eigen bestuurlijke entiteit te laten zijn. Het betreft hier taken en

beleidsvelden die specifiek per gemeente kunnen verschillen en die rechtstreeks het

politiek bestuurlijke domein raken. Te denken valt aan het ruimtelijke beleid en de

invulling van de autonome taken op het welzijnsterrein. Ook de agrarische belangen

maken hiervan onderdeel uit.

b. Alle ondersteunende taken en diensten. Het betreft hier taken die veelal op het terrein

van de bedrijfsvoering liggen. Hierbij moet vooral worden gedacht aan de

zogenaamde Personele, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën en

Administratie (PIOFA) functies en Informatie en Communicatie Technologie(ICT) .

Ook wordt hieronder verstaan de taak van het opzetten en beheer van de

basisadministraties.

c. Taken en beleidsvelden waar er sprake is van een zeer beperkte autonomie van de

gemeente en waar het rijk een dwingende rol in vervult. Te denken valt bijvoorbeeld

aan de brandweertaken in het kader van de toekomstige veiligheidsregio, het

“Werkplein” als verlengde van de landelijke Centra voor Werk en Inkomen (CWI) en

aan de Regionale UitvoeringsDiensten (RUD) op het gebied van vergunningverlening

en handhaving.

d. Diensten die wel tot de specifieke bevoegdheid horen van een gemeente, maar die

evengoed door een private partij zouden kunnen worden geleverd.

e. Het Klantencontactcentrum ofwel de dienstverlening aan burgers en bedrijven.

Vanuit het oogpunt van gewenste samenwerking onderscheiden we de mogelijkheden en

onmogelijkheden, de voordelen en de nadelen van de vijf categorieën nadrukkelijk. Wij zijn

dan ook tot de conclusie gekomen, omdat de keuze is gemaakt als zelfstandige gemeente

door te gaan, wij een verschillende beoordeling moeten maken voor ieder van de vijf

categorieën.

IV. Wie zijn eigenlijk onze mogelijke samenwerkingspartners.

Alvorens in te gaan op de specifieke eigenschappen van de beschreven categorieën van

werkzaamheden in relatie tot samenwerkingsmogelijkheden of uitbesteding, willen wij u eerst

een schets geven van de mogelijke samenwerkingspartners. Dat zijn partners door de bril

gezien van de gemeente Losser. We moeten daarbij wel realiseren dat deze partners ook

met ons moeten willen samenwerken. Er moet over en weer vertrouwen zijn. Het is dus niet

alleen vraagstuk van de gemeente Losser, maar ook van de mogelijke partners. In dit

verband wijzen wij u ook naar de inleiding en hoofdstuk 6 van bijgaand rapport.

4

Dinkelland en Tubbergen

De structuur en het landschap van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen maken dat zij de

natuurlijke partners zijn van de gemeente Losser. Op vooral het ruimtelijke beleidsterrein is

er veel overeenkomst. De besturen van beide gemeenten zoeken elkaar een aantal malen

per jaar op, er is een gezamenlijke samenwerkingsagenda en de directies hebben op een

aantal terreinen praktische samenwerking kunnen realiseren. Toch kunnen de resultaten van

die samenwerking nauwelijks bevredigend worden genoemd. Verschillende

dienstverleningsconcepten, verschillende bedrijfscultuur en verscheidenheid in ICT

architectuur zijn daarvan de belangrijkste oorzaken geweest.

Oldenzaal

Tot 2007 was er sprake van een NOT samenwerking in opkomst. Dat was ook heel logisch.

De brandweer is het beste voorbeeld van een succes van die samenwerking. Met de keuze

van de gemeente Oldenzaal om zich te voegen bij de Netwerkstad in 2007 is een eind

gekomen aan die samenwerkingsgedachte. Op een aantal terreinen werkt de gemeente

Losser nog wel samen met Oldenzaal. Bijvoorbeeld op het gebied van de leerplicht en op het

gebied van de Sociale dienst in het werkplein.

Enschede / Netwerkstad

Tot nu toe is er niet of nauwelijks sprake van samenwerking met Enschede of de

Netwerkstad. Het is ook niet direct de natuurlijke partner. In Enschede zit wel op een hoger

niveau aan specialistische kennis. Met name op het gebied van de ondersteunende taken als

ICT kan dit een mogelijke partner zijn.

Het gemeentelijke Belastingkantoor kan ook een serieuze optie zijn. Tot nu toe wordt dit

kantoor gevormd vanuit drie gemeenten uit de Netwerkstad, maar het kan een bredere opzet

krijgen. Het bestuur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (GBT) heeft de

gemeente Losser laten weten dat Losser van harte welkom is.

Regio Twente

Politiek bestuurlijk is de Regio Twente een bestuurslaag waarin op tal van terreinen kan

worden samengewerkt. Het beleidsterrein Verkeer is een belangrijk voorbeeld. Op het

gebied van bedrijfsvoering is er geen samenwerking. Deze mogelijkheid moet op termijn

zeker in de beschouwing worden meegenomen, gezien de discussie rond een opschaling.

Verder neemt de regio Twente ook deel aan het zogenaamde RUIT onderzoek naar de

mogelijkheden van een Shared Service Centre.

V. Aandachtspunten en richting per samenwerkingscategorie

Beleidsvelden waarover de gemeente zeggenschap dient te houden om de gemeente ook

echt een eigen bestuurlijke entiteit te laten zijn.

Bij een keuze om op deze terreinen samen te werken, en er is geen enkele reden om dat

niet te doen, ligt het voor de hand die partners te kiezen die zich in een soortgelijke positie

bevinden. We komen dan al gauw terecht bij de drie DLT gemeenten. Enschede, Oldenzaal

en de Netwerkstad hebben een geheel andere dynamiek. Ook de verschillende belangen in

de regio Twente liggen anders.

Het voordeel is, dat er veelal sprake is van een gelijkluidende problematiek. Zeker in het

kader van de landschappelijke en ruimtelijke ontwikkeling is er een gezamenlijk belang. Ook

richting de provincie Overijssel. Maar ook de cultuur van de gemeenten komt overeen

Een nadeel kan zijn dat het vaak veel onderhandelen vereist en dat een echte efficiencyslag

5

op korte termijn ook geen grote resultaten zal hebben. Bovendien is de vraag op zijn plaats

of een grote winst kan worden behaald, zonder de gemeentelijke autonomie aan te tasten.

Toch lijkt deze keuze op dit terrein een logische.

Alle ondersteunende taken en diensten, alsmede het opzetten en beheer van de

basisadministraties

Alvorens in te gaan op de diverse mogelijkheden, willen wij eerst een passage wijden aan

door het rijk gestelde eisen aan de informatiehuishouding. Voor een volledig beeld verwijzen

wij u naar hoofdstuk 5 van bijgaand rapport.

Voor het goed functioneren van de gemeente is het van groot belang dat de

informatiehuishouding met daarbij alle basisadministraties goed op orde is. Een robuuste

opzet en beheersing van de gegevenshuishouding zijn van vitaal belang voor de gemeente.

In het rapport is ook duidelijk aangegeven, dat onze gemeente in zijn eentje niet kan voldoen

aan de uitvoering van het NUP. Daarvoor zijn we te kwetsbaar. Opschaling is

noodzakelijk.

Wisselende samenwerkingsverbanden leiden tot versnippering van de informatiehuishouding

en dat komt de beheersbaarheid van die gegevenshuishouding niet ten goede. Bovendien

zal dat leiden tot extra werkzaamheden en extra kosten. Willen we echt profijt trekken van de

opschaling, dan kan niet anders worden geconcludeerd dat we maar in één richting een

verbinding moeten aangaan. Dus bijvoorbeeld niet op het gebied van de BAG samenwerken

in DLT verband en gelijktijdig belastingen en de Waardering Onroerende Zaken (WOZ)

administratie onderbrengen bij het GBT die draait op de ICT infrastructuur van Enschede.

Het is van groot belang een eenduidige strategische keuze te maken.

Wat zijn nu de mogelijkheden? In feite maar twee.

1. Volledige samenwerking in DLT verband

Een mogelijkheid is analoog aan de autonome beleidsterreinen een samenwerkingsverband

aan te gaan met de natuurlijke partners Dinkelland en Tubbergen.

Wij komen dan in de zogenaamde samenwerkingsfiguur, zoals beschreven in hoofdstuk 11

van het rapport.

Een voordeel is dat de gemeente met partners verder optrekt, waarmee zij ook samenwerkt

op diverse beleidsterreinen (zie boven) en dat de gemeente meer invloed blijft houden. De

voorwaarden voor de samenwerkingsfiguur zijn in het rapport genoemd.

Er zitten ook nadelen aan deze richting. Tot nu toe heeft deze samenwerking niet het

resultaat opgeleverd dat de gemeente Losser vanwege de urgentie de komende twee jaren

nodig heeft. Het wordt een weg van veel afstemmen, integratie van systemen en een meer

gecompliceerde weg er naar toe. In die tussentijd zal mogelijk niet het gewenste

professionele niveau worden bereikt dat de rijksoverheid in het NUP van ons vraagt. Het

professionele niveau dat vereist is kan niet zo maar worden opgebouwd uit de

samenvoeging van de huidige kwaliteiten van de drie gemeenten. Inpassing moet dan van

buiten moeten worden aangetrokken.

Indien de drie gemeenteraden en de colleges van B&W gezamenlijk een stip op de horizon

hebben van één ambtelijke uitvoeringsorganisatie, dan is deze weg begaanbaar. Echter de

tijdspanne zal langer zijn. Voor dit proces zal een termijn van 4 à 6 jaar moeten worden

uitgetrokken.

2. Ga voor de ondersteunende taken en basisregistraties een contract aan met

Enschede.

Nogmaals merken wij op dat de beoogde partner ook bereid moet zijn te komen tot

samenwerking. Dat lijkt op het terrein van de ondersteunende taken en basisregistraties met

Enschede zeer wel mogelijk.

6

Zoals aangegeven in paragraaf III is er bij de ondersteunende taken en bij de inrichting van

de basisregistraties nauwelijks sprake van politiek bestuurlijk belang of bestuurlijke invloed.

Met betrekking tot de ondersteunende taken geldt in feite maar één criterium: Hoe kan ik de

door mij gewenste kwaliteit en continuïteit zo efficiënt mogelijk organiseren. Met betrekking

tot de basisadministraties geldt dat de gemeente verplicht is te voldoen aan de eisen van de

rijksoverheid. Ook daar geldt: Hoe kan ik daar op zo’n efficiënt mogelijke wijze invulling aan

geven.

Het is dus heel wel denkbaar dat een contract wordt aangegaan. In het rapport wordt deze

contractfiguur beschreven.

Het voordeel is dat het afsluiten van een contract een veel eenvoudiger en sneller te

realiseren weg is. En dat is gezien de urgentie van onze gemeente een belangrijk gegeven.

Voor de volledige operatie geldt dat een tijd uit moet worden getrokken van 2 à 4 jaar en dat

bijvoorbeeld de overstap naar het GBT al per 1 januari 2011 kan zijn geregeld.

Daarnaast is er sprake van het één keer aansluiten van onze gegevenshuishouding bij die

van Enschede en de aanwezigheid van meer kennis en professionaliteit.

Er zitten ook nadelen aan deze weg. De gemeente Losser zal niet meer kunnen bepalen in

welke ICT omgeving het werkt. Ook zullen administraties naar het model van Enschede

moeten worden ingericht. Misschien zal de grootste hobbel wel zijn dat er een gevoel van

afhankelijkheid ontstaat ten opzichte van “de grote stad”. Maar deze vraag is rationeel

beschouwd niet zo opportuun als het gaat om taken en diensten die niet het politiek

bestuurlijke domein van de gemeente Losser raken. Een goed voorbeeld van deze

constructie is die van de gemeente Ten Boer en de stad Groningen (zie rapport). De

conclusie is dat het goed mogelijk is alle ondersteunende taken weg te zetten en toch als

gemeente de regie te houden

Ten slotte, Oldenzaal is in dit verband niet echt een samenwerkingspartner, omdat deze ook

al volop meedoet in een onderzoek naar een Shared Service Centre in de Netwerkstad.

Taken en beleidsvelden waar er sprake is van een zeer beperkte autonomie van de

gemeente en waar het rijk een dwingende rol in vervult.

Op dit moment zijn er een aantal ontwikkelingen waar het rijk en de provincie dwingend

eisen gaan stellen aan de organisatie van taken. Te denken valt bijvoorbeeld aan de

brandweertaken in het kader van de toekomstige veiligheidsregio, het “Werkplein” als

verlengde van de landelijke CWI’s en aan de Regionale uitvoeringsdiensten op het gebied

van vergunningverlening en handhaving (RUD).

De ontwikkeling van veiligheidsregio en de inbedding van de brandweertaken is een proces

waar stevige regie opzit van het rijk. Onze eigen invloed is daarin beperkt.

Bij het CWI ligt het iets anders. Bij de vorming van de CWI’s hebben gemeenten ook geen

enkele zeggenschap, maar bij de daaraan gekoppelde organisatie van de Sociale Diensten

wel. Op dit moment wordt gedacht aan één gezamenlijke Sociale Dienst van de gemeenten

Oldenzaal, Dinkelland en Losser, gekoppeld aan het werkplein in Oldenzaal als dependance

van Enschede. Met name is deze ontwikkeling ook van belang voor de ICT omgeving

(Enschede). Voor de gemeente Losser liggen daar kansen en voordelen.

Ten slotte zullen vanaf 2012 de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD) van start gaan. Het rijk

stelt verplicht dat een deel van de vergunningverlening en handhaving van de gemeenten

overgaat naar deze regionale diensten. Dat raakt ook Losser, maar de gemeente heeft er

geen invloed op. Ook hier zal de ICT omgeving weer zijn afgestemd op Enschede.

Deze RUD’s zullen gemeenten echter de mogelijkheid bieden om ook het niet verplichte deel

van de vergunningverlening en handhaving over te laten gaan naar de RUD.

7

Vergunningverlening en handhaving, met uitzondering van de openbare orde, wordt in sterke

mate bepaald door de eisen van VROM en kent geen grote beleidsvrijheid.

De optie om diensten op dit terrein over te hevelen kan voor onze gemeente een

interessante keuze zijn. Natuurlijk speelt daarbij de prijs-kwaliteit verhouding een rol. Maar

als de gemeenteraad in Losser besluit mee te doen voor het facultatieve gedeelte, dan is het

raadzaam dit aan het begin te doen. Het personeel kan dan vrijwel in zijn geheel over en

Losser heeft geen frictiekosten. De raad wordt gevraagd hierin ook een strategische keus te

maken.

Diensten die wel tot de specifieke bevoegdheid horen van een gemeente, maar die

evengoed door een private partij zouden kunnen worden geleverd.

In de gemeenteraad is een enkele maal genoemd de uitbesteding van taken aan private

partijen. Op dit moment lopen er geen onderzoeken in die richting. Ervaringen bij andere

gemeenten heeft geleerd dat er nogal wat haken en ogen aanzitten. Privatiseringen van

zwembaden zijn slechts in zeer specifieke omstandigheden een succes gebleken. Taken op

het gebied van openbare werken zijn al voor een belangrijk deel uitbesteed aan bijvoorbeeld

Top Craft. Een eigen kritische massa blijft altijd noodzakelijk.

Het Klantencontactcentrum ofwel de dienstverlening aan burgers en bedrijven.

Ten slotte het Klant Contact Centrum (KCC) Indien een gemeente kiest voor zelfstandigheid,

dan moet die gemeente ook zelf het KCC organiseren en draagt daar de volledige

verantwoordelijkheid over. Wat hier belangrijk is dat er een goede koppeling en

samenwerking blijven bestaan met de uit te besteden taken in welk samenwerkingsverband

dan ook.

VI. Intermezzo: Zelfstandigheid of toch echt samengaan?

Het rapport “Zelfstandigheid, wat is dat?” heeft als uitgangspunt dat Losser als zelfstandige

gemeente doorgaat. Dat is door alle fracties van de gemeenteraad uitgesproken en is

beschreven in het bestuursakkoord van 29 oktober.

Hierbij past wel een opmerking. Samenwerken in plaats van samengaan kent ook zijn prijs.

In hoofdstuk 9 van het bijgaande rapport geeft duidelijk aan dat de financiering van

gemeenten vanuit de Algemene uitkering van het rijk voor kleinere gemeenten een lager

bedrag per inwoner laat zien. Zo krijgt bijvoorbeeld de gemeente Oldenzaal een bedrag van

€ 980 per inwoner, terwijl de gemeente Losser slechts een bedrag van € 851 per inwoner

krijgt. Er is een relatie tussen de omvang van de gemeente en het uitkeringsbedrag per

inwoner. Dit kan niet één op één kan worden vertaald. Maar samengaan leidt tot hogere

waardering van de parameters van rijksuitkering. Stel dat slechts de helft van het verschil

van uitkering tussen Oldenzaal en Losser extra beschikbaar komt voor de samenleving van

de huidige gemeente Losser, dan spreken we al gauw over € 1,5 miljoen per jaar structureel.

Omdat er geen uitkering bestaat voor samenwerkingsverbanden en de Algemene uitkering

wel een koppeling kent met de omvang van de gemeente, is de financiële speelruimte

kleiner.

Wij willen hiermee geen sturing zetten op de uitgangspunten van de gemeenteraad, maar

het is een interessant gegeven, dat wij u niet willen onthouden. Met het oog op een langere

termijn kan dat van invloed zijn op uw richtinggevende uitspraken.

8

Uitgangspunt

Voortvarendheid is geboden in besluitvorming en uitvoering. Alleen dan hebben we zelf

invloed op de wijze waarop we zelfstandig kunnen blijven. Het alternatief is dat andere

overheden en diensten bepalen hoe het er in Losser uit gaat zien.

Beschouwingen

In het rapport “Zelfstandigheid, wat is dat?”zijn een aantal aanbevelingen genoemd. In deze

bestuurlijke notitie geven wij u hier onze overwegingen, voor een deel overlappend:

1. In het kader van de taken die rechtstreeks de gemeentelijke autonomie raken kiest

het college voor samenwerking met onze natuurlijke partners Dinkelland en

Tubbergen.

2. Op het gebied van de ondersteunende taken en de basisregistraties verdient het

absoluut aanbeveling de gegevenshuishouding niet te knippen en kiest het college

voor één samenwerkingsrichting.

3. Op het gebied van de ondersteunende taken dient, binnen de urgentie die bestaat,

een keuze te worden gemaakt. Daarbij dienen rationele overwegingen met betrekking

tot continuïteit, kwaliteit en efficiency de doorslag te geven. De contractfiguur met

Enschede lijkt daartoe het snelste en het meeste resultaat te bieden. Uiteraard moet

dit verder worden uitgewerkt.

4. Bij de regionale Uitvoeringsdiensten dienen wij te onderzoeken of de gemeente

Losser daar alle vergunningverlening- en handhavingstaken kan onderbrengen. Met

de voorbereiding hiervan dient haast te worden gemaakt.

5. Op het gebied van de IGSD zet het college vaart achter de samenwerking met

Dinkelland en Oldenzaal in het Werkplein Oldenzaal, als dependance van het

werkplein Enschede.

6. Uitbesteding van taken aan private partijen puur op basis van kosten en kwaliteit te

vergelijken met eigen diensten en daartoe geëigende beslissingen te nemen.

7. Wij kiezen voor zelfstandigheid van de gemeente Losser. Derhalve draagt de

gemeente de volledige verantwoordelijkheid van het KCC.

8. Het proces te komen tot samenwerking faciliteren met begeleiding van externe

deskundigheid, conform de tekst in het bestuurakkoord van 29 oktober 2009.

9

Besluit

1. De raad voor te stellen samenwerking aan te gaan met de gemeenten Dinkelland en

Tubbergen op strategische beleidsterreinen.

2. De raad te verzoeken het college te steunen in haar besluit om:

voor het borgen van de bedrijfsvoering door contractafspraken, over een aanzienlijk

uitvoeringstakenpakket welke geen politiek sturing vergen, te willen aangaan met de

gemeente Enschede.
 
 
 

Het college van B&W

secretaris,
burgemeester

 


Share our website