Publicaties

Gespreksverslagen Tijdhof - integriteitsrapport BING


BING VERTROUWELIJK

Gespreksverslag

Interview met De heer J. Tijdhof, raadslid Losser.

Mevrouw Tijdhof is tevens bij het gesprek aanwezig.

Interview door De heer C. Kooman en mevrouw I. Nijhof (BING)

Datum 6 april 2010

Locatie Huisadres in De Lutte

 

Werkwijze verslaglegging BING

Onderstaand verslag betreft een zakelijk, puntsgewijs verslag van het gesprek dat heeft plaatsgevonden op

bovengenoemde datum. Het gespreksverslag maakt geen deel uit van de rapportage, maar kan als bron

voor de rapportage worden gebruikt. Van het gesprek is een geluidsopname gemaakt. Deze dient ter

ondersteuning bij de uitwerking van het verslag en voor het geval er een verschil van mening zou ontstaan

over de inhoud van het verslag. De familie Tijdhof heeft aangegeven dat het gespreksverslag wat hen

betreft mag worden toegevoegd aan de rapportage.

Indien wij delen van het gesprek, die niet in het gespreksverslag zijn opgenomen, relevant vinden voor ons

rapport, zullen wij deze, voorafgaand aan de rapportage, aan u voorleggen. Dit voorleggen is niet bedoeld

om uw toestemming te vragen om één en ander op te nemen in het rapport, maar bedoeld om de correcte

weergave te beoordelen, soms mede gezien de context.

Vragen:

Inleiding

1. De heer Kooman legt de aanleiding en het doel van het gesprek en het onderzoek uit en geeft een

toelichting op de procedure van het interview.

2. De heer Tijdhof geeft aan dat hij het jammer vindt dat het onderzoek niet volledig in de

openbaarheid kan plaatsvinden.

3. De heer Tijdhof is 55 jaar. De afgelopen raadsperiode, van 2006 tot maart 2010, is de heer Tijdhof

raadslid geweest in de gemeente Losser. Hij is fractievoorzitter van de partij Burgerforum. Vanaf

oprichting 1990 tot 2004 was de heer Tijdhof lid van de Stichting Dorpsbelangen De Lutte. De heer

Tijdhof was medeoprichter en is met deze functie gestopt toen hij tot de raad toetrad.

4. De heer Tijdhof vertelt dat hij tot de sluiting van vliegveld Twente bij defensie heeft gewerkt. Bij

defensie was hij dagelijks bestuurslid bij de ondernemingsraad en afgevaardigde van de

Koninklijke luchtmacht bij de militaire vakbond

5. De ontwikkelingen rond het Kulturhus kennen een voorgeschiedenis. De heer Tijdhof begint bij de

plannen voor een nieuw te realiseren gebouw voor de harmonievereniging van De Lutte.

6. De heer Tijdhof geeft aan dat de harmonieverenging in De Lutte sinds het begin van rond 2004 of

2005 beschikt over een goedgekeurd plan voor een nieuw gebouw op Erve Boerrigter. Dit gebouw

zou op het (parkeer)terrein worden geplaatst. Dit plan is in overleg met de buurt gemaakt.

BING VERTROUWELIJK

7. Ongeveer 7 of 8 jaar geleden ontstonden in De Lutte plannen om een multifunctioneel Kulturhus te

ontwikkelen. Dit Kulturhus zou worden verwezenlijkt op Erve Boerrigter. Verschillende verenigingen

en functies zouden in één gebouw worden geconcentreerd. Ook de harmonievereniging sloot zich

aan bij de ‘Kulturhusgedachte’ en het goedgekeurde plan voor nieuwbouw op het parkeerterrein

werd niet verder voorbereid. Er werd een werkgroep opgericht die nieuwe plannen zou maken voor

een gezamenlijk Kulturhus. De heer Grote Beverborg was voorzitter van deze werkgroep.?

8. De heer Tijdhof geeft aan zelf altijd groot voorstander te zijn geweest van de ‘Kulturhusgedachte’

voor het dorp De Lutte.

9. In de zomer van 2006 of 2007 kwam de heer Grote Beverborg huis aan huis met het nieuwe plan.

De heer Tijdhof vertelt: “De heer Grote Beverborg kwam het plan voor de bouw van het Kulturhus

laten zien. Wij waren daarover in principe enthousiast. Toen we de eerste tekeningen zagen,

werden we echter minder enthousiast. We stonden niet te juichen. De nieuwbouw stond erg dicht

tegen onze gevel en we waren bang voor geluidsoverlast en raakten het uitzicht kwijt aan die zijde.

We hebben aan de heer Grote Beverborg aangegeven dat we er even rustig over wilden

nadenken.”

10. De heer Tijdhof heeft de plannen met een goede kennis gedeeld. Deze kennis werkt als architect.

Deze kennis was van mening dat de nieuwbouw qua aanzicht niet erg authentiek zou zijn. Dit heeft

ook de architect van de werkgroep aangegeven. De heer Tijdhof wilde verdere informatie over

specificaties van het gebouw, in verband met eventuele geluidsoverlast.

11. De heer Tijdhof heeft de heer Grote Beverborg gebeld en zijn zorgen geuit. Dit ging in goed

overleg. Er was geen sprake van een briefwisseling of van een formeel verzoek. De heer Tijdhof

zegt: “Er was nog geen sprake van een formele procedure. We hebben destijds nooit contact

gehad met de gemeente over de aanbouw ten behoeve van het Kulturhus.”

12. De werkgroep kwam met een nieuw idee voor het Kulturhus en heeft dit aan de familie Tijdhof

getoond. De nieuwbouw is wat schuin geplaatst ten opzichte van de huidige bebouwing. De familie

Tijdhof zegt dat zij in grote lijnen tevreden waren over deze aanpassing. Het plan is echter in 2007

niet door de raad goedgekeurd. De heer Tijdhof zegt daarover: “Toenmalig wethouder Van de Bos

was tegen. Hij heeft mij ‘s middags voor die bewuste raadsvergadering gezegd dat hij die avond

zijn portefeuille zou inleveren als dit plan het zou halen. Dit heeft bij mij als raadslid, maar

waarschijnlijk ook bij andere raadsleden, veel druk gelegd. De reden is volgens mij dat er eigenlijk

helemaal geen geld was voor het Kulturhus. De gemeente Losser is praktisch bankroet. Door alle

nieuwe eisen van de gemeente, werd het plan onbetaalbaar voor de stichting. De gemeente wilde

plotseling dat de stichting de grond en het pand zou aankopen. Het college deed lang voorkomen

dat het goed zou komen met het Kulturhus in De Lutte, maar gooide op het laatst roet in het eten.

Dit heeft veel onrust gegeven bij de bevolking.”

13. De heer Tijdhof vertelt dat er veel mensen erg teleurgesteld waren en daarom is er een

handtekeningenactie georganiseerd. Ongeveer een jaar later heeft de werkgroep een doorstart

gemaakt.

14. De gemeente Losser kende ondertussen een aantal wisselingen van wethouders. Ook in het najaar

van 2009 vertrokken er twee wethouders. De vijf fractievoorzitters van de partijen hebben

afspraken gemaakt met de provincie over het sluitend maken van de begroting. Tevens is gekeken

welke dossiers wel of niet nog voor de verkiezingen zouden worden opgepakt. Dit bestuurlijke

akkoord moest voor rust zorgen en het vertrouwen van de burger terugwinnen. Er werd onder

BING VERTROUWELIJK

andere gekozen de plannen voor het Kulturhus door te laten gaan. Dit zou het vertrouwen van de

burger kunnen terugwinnen. De heer Tijdhof zegt: “Het uiteindelijke effect is geweest dat dit dossier

voor maximale onrust heeft gezorgd.”

15. In december 2009 heeft de heer Tijdhof in het presidium gepleit dat het Kulturhus snel op de

agenda geplaatst moest worden om het dossier voor de verkiezingen af te ronden. Zo zou er niet

iets tussen komen door de verkiezingen. Dat is uiteindelijk ook gebeurd. Op 15 december 2009

heeft de gemeenteraad hierover een beslissing genomen. De plannen werden met algemene

stemmen aangenomen en zo kon de werkgroep verder met de voorbereidingen van de bouw

(aanvraag wijziging bestemmingsplan en bouwvergunning).

16. In december 2009 heeft de heer Tijdhof telefonisch contact gehad met de architect in verband met

ramen en deuren en afmetingen etc. Dezelfde dag is de architect nog bij de heer Tijdhof geweest.

Over eventuele aankoop grond adviseerde de architect om dit met de werkgroep op te nemen. Hij

kon vraag van de familie Tijdhof wel begrijpen en was ook van mening dat familie het nodige in zou

leveren.

17. De heer Tijdhof geeft aan dat hij in de kerstweek van 2009 zelf contact heeft gezocht met de heer

Grote Beverborg. Hij zegt hierover: “Ik heb informatie gevraagd over de afmetingen en

afsluitbaarheid van de ramen en deuren van de nieuwbouw. Dit in verband met de eventuele

geluidshinder. Tevens heb ik hem aangegeven dat ik in verband met privacy wel een stuk

groenstrook zou willen aankopen.”

18. De heer Tijdhof zegt dat hij het nodige moet inleveren door de nieuwbouw van het Kulturhus. Zo

levert hij uitzicht in en geluidsoverlast in verband met de repetitieruimte van de harmonie aan die

zijde. Hierdoor is er waarschijnlijk sprake van enige waardevermindering van zijn pand en verwacht

hij overlast te krijgen van bezoekers van het Kulturhus. De heer Tijdhof is van mening dat het

verwerven van grond ervoor zorgt dat hij zijn erf beter kan afschermen. Hij is dan zelf

verantwoordelijk voor het onderhoud en kan bezoekers van het Kulturhus wat op afstand houden.

De heer Tijdhof geeft aan dat hij met zijn verzoek naar de werkgroep is gegaan, omdat hij in de

veronderstelling was dat de leden van de werkgroep hem hierover konden informeren. De

werkgroep kent namelijk ook vertegenwoordigers van de gemeente.

19. De heer Grote Beverborg is vervolgens op 27 januari 2010 bij de familie Tijdhof thuis geweest. Er is

gesproken over de afmetingen van de deuren en ramen en over welke deuren en ramen open

kunnen. De achterzijde van het gebouw kent een nooduitgang en vaste ramen. De familie Tijdhof

was op dit punt gerustgesteld. Er is tevens gesproken over de wens van de familie Tijdhof een stuk

groenstrook aan te kopen. De heer Tijdhof zegt: “De heer Grote Beverborg gaf aan dat dit voor de

werkgroep vermoedelijk geen probleem zou zijn, maar dat ik contact moest zoeken met de heer

Plegt van de gemeente omdat de gemeente eigenaar is van de grond.”

20. De heer Tijdhof vertelt: “Op 28 januari heb ik de heer Plegt gebeld voor een afspraak. Hij was niet

aanwezig. Later die dag kwam ik hem op het gemeentehuis tegen. We hebben een kamer

opgezocht om met zijn tweeën te praten. Ik heb hem gemeld dat ik interesse heb in aankoop van

een strook grond en dat deze eventueel te verrekenen zou zijn met de eventuele planschade die ik

heb als gevolg van de nieuwbouw. Tevens heb ik hem op een tekening aangegeven voor welk stuk

grond ik interesse heb; een minimale en maximale variant. De maximale variant is ongeveer 300

meter. Ik heb de heer Plegt ook heel duidelijk gezegd dat ik de zaak van het Kulturhus niet wil

frustreren. Later die middag heb ik tevens de griffier kort gesproken. Ik heb de griffier gemeld dat ik

bij de heer Plegt was geweest. Ik wilde hier niet geheimzinnig over doen.”

BING VERTROUWELIJK

21. De heer Kooman vraagt hoe de heer Plegt heeft gereageerd. De heer Tijdhof vertelt: “De heer

Plegt gaf aan dat hij het zou overleggen met wethouder Holsheimer. Haar secretaresse heeft een

paar dagen later contact met mij opgenomen en heeft een afspraak gemaakt voor een gesprek

tussen wethouder Holsheimer en mijzelf. Ik had graag samen met mijn vrouw naar deze afspraak

willen gaan, omdat dit een zaak voor mij als burger betreft. Maar mijn vrouw was helaas

verhinderd. Ik ben daarom alleen gegaan. Ik had ook het volste vertrouwen in beide wethouders,

dus ik had geen reden voorzichtig te zijn. Beide wethouders komen van buiten Losser en hebben

de laatste maanden bestuurlijke rust gebracht. Ze hebben juist appèl gedaan op rust en vertrouwen

en hebben in een mondeling gesprek aangegeven dat zaken ook wat informeler konden worden

aangepakt. Hier kon ik mij helemaal in vinden. Dit was een gesprek voor een raadsvergadering

samen met de wethouders Holsheimer en Hassing en mevrouw Ter Haar, de heer Koopmans en

de heer Tijdhof.”

22. Op 5 februari 2010 vond het gesprek plaats. Naast de wethouder en de heer Tijdhof was hierbij

mevrouw Borghorst aanwezig. De heer Tijdhof vertelt: “De wethouder zei dat door de aanwezige

ambtenaar aantekeningen zouden worden gemaakt. Ik heb daar niet zo’n acht op geslagen. Ik wist

niet dat er een ambtenaar bij het gesprek aanwezig zou zjin, maar het verbaasde mij ook niet. Voor

mij was de insteek van het gesprek heel helder. Het ging om een informeel gesprek, waarin ik met

de wethouder de mogelijkheden en de onmogelijkheden van mijn eventuele aankoop van

groenstrook wilde verkennen/onderzoeken. Het was heel helder dat ik daar als burger aanwezig

was. Ik had ook absoluut niet het idee dat het een formele setting was. Ik heb duidelijk aangegeven

dat het informeel / verkennend gesprek zou zijn. In mijn beleving heb ik dan ook op dat moment

absoluut geen formeel verzoek ingediend.”

23. Mevrouw Nijhof vraagt naar het verdere verloop van het gesprek. De heer Tijdhof vertelt: “Het was

een redelijk gesprek, het verliep niet vreemd. Ik heb verteld dat ik graag een stuk grond zou willen

aankopen in verband met de uitbreiding van het Kulturhus. Verder heb ik verteld dat ik weet dat er

planschade aan zit te komen. Ik zou dat graag op de één of andere manier met elkaar verrekend

zien worden. Ik heb gezegd dat ik geen interesse heb voor geld. Een meerbedrag aan planschade

zou de gemeente mogen houden en wanneer ik iets zou moeten bijbetalen, was dat wat mij betreft

geen probleem.”

24. De heer Tijdhof zegt geen slecht gevoel te hebben over het gesprek. Wel had hij het gevoel dat de

wethouder de grond niet wilde verkopen. De heer Tijdhof: “We hebben gepraat over het te

verkopen stuk grond. De wethouder was zich ervan bewust dat de gemeente bij verkoop geen

toegang zou hebben tot de achterkant van het gebouw. Ik heb aangegeven dat ze er natuurlijk

altijd bij zouden kunnen, daarover zouden we afspraken kunnen maken. De wethouder had wel

een houding van ‘wat komt er nu weer’. Ik heb haar proberen duidelijk te maken dat ik alle

mogelijkheden graag wilde bespreken, omdat ik dan beter weet wat ik straks op papier moet zetten

bij een eventueel bezwaar of zienswijze. Ik wilde namelijk nog goed overleg plegen met mijn

deskundige (architect) en eventueel met mijn rechtsbijstandverzekeraar of het zin had om een

verzoek of zienswijze in te dienen. De wethouder was van mening dat zij dit even moest

terugkoppelen aan het college. Eigenlijk was ik zelf na afloop van dit gesprek niet veel wijzer

geworden. Er zijn geen concrete afspraken gemaakt aan het einde van het gesprek. ”

25. De heer Kooman vraagt waarom de heer Tijdhof zijn verzoek niet schriftelijk heeft ingediend. De

heer Tijdhof zegt: “Ik wilde geen brief of zienswijze indienen zonder vooroverleg. Ik wilde al

helemaal niet de plannen voor het Kulturhus in gevaar brengen. Je moet toch eerst enigszins de

mogelijkheden of onmogelijkheden weten voordat je iets kunt aanvragen.”

BING VERTROUWELIJK

26. De heer Tijdhof vertelt dat de wethouder hem voor de raadsvergadering van 9 februari jl. in de

gang nog even heeft aangesproken. De heer Tijdhof: “Ze meldde dat ze er nog niet aan was

toegekomen.”

27. De heer Tijdhof heeft op 18 februari een mail gestuurd aan de wethouder. Hij overhandigt deze aan

de onderzoekers. Hij schrijft in de email: ’Goedemorgen mevrouw Ria, hoe staat het met mijn

verzoek.’ De heer Tijdhof zegt hier nu over: “De mail bewijst voor mij dat ik er dus nog heel

onderzoekend en informatief instond. Anders had ik niet op deze informele toon met de wethouder

gecommuniceerd. Op 24 of 25 februari is deze mail bij Tubantia terecht gekomen. Journalist de

heer Waanders heeft mij telefonisch bevestigd dat de mail is doorgestuurd vanuit de gemeente.

Voor de gemeente zou de mail namelijk bewijzen dat ik een formeel verzoek zou hebben

ingediend. Dit heeft de heer Waanders mij gezegd.”

28. De heer Tijdhof zegt nu te weten dat het college kennelijk op 16 februari al een formeel besluit over

zijn verzoek heeft genomen. Hij is hierover op dat moment niet geïnformeerd.

29. De heer Tijdhof vat samen dat hij op 5 februari het gesprek heeft gevoerd met de wethouder; op 16

februari de wethouder even kort heeft gesproken en op 18 februari een mail aan de wethouder

heeft gestuurd. Hij vertelt: “Op 23 februari werd ik om ongeveer 12.30 uur mobiel gebeld door de

wethouder. Zij stelde me in kennis dat ik de grond niet zou kunnen kopen. Dit was formeel

vastgesteld in het college. Zij zei dat de persconferentie al was geweest, dit is standaard. Eén en

ander zou per brief worden bevestigd. Ik heb tijdens dit telefonisch gesprek verbaasd gereageerd.

Ik heb gevraagd hoe het kan dat er een formeel besluit is genomen, terwijl ik op 5 februari alleen

nog maar een informeel gesprek heb gevoerd. Dit is volgens mij geen correcte gang van zaken. Er

is geen verslag door beide partijen geaccordeerd, dus hoe kan ik dan een formeel verzoek in

hebben gediend. Ook heb ik geen ontvangstbevestiging van de gemeente gekregen dat ik

zogenaamd een verzoek zou hebben ingediend wat toch een vaste procedure is.”

30. Die middag, 23 februari, heeft de heer Tijdhof de griffier gebeld: “Ik heb hem gemeld dat ik het een

onjuiste afhandeling vond van een informeel gesprek. Er heeft geen hoor en wederhoor

plaatsgevonden. Ik classificeer dit als niet integer.” Diezelfde middag heeft de heer Tijdhof

geprobeerd de wethouder en de burgemeester te benaderen. Zij bleken niet aanspreekbaar in

verband met een rondleiding bij TV Oost.

31. Dezelfde middag, 23 februari, heeft de wethouder de heer Tijdhof teruggebeld. De heer Tijdhof

herinnert zich: “Zij vond dat zij juist had gehandeld. Zij zei dat ik nu geen krokodillentranen moest

gaan huilen. Ikzelf was best boos. Ik heb haar duidelijk aangegeven dat er een groot

meningsverschil over de status van het gevoerde gesprek op 5 februari is.” De burgemeester heeft

niet teruggebeld die dag.

32. De heer Tijdhof zegt dat de pers is geïnformeerd, vóórdat hijzelf wist wat er gaande was. De heer

Tijdhof heeft op 24 februari het gespreksverslag per email toegestuurd gekregen en 25 februari het

verslag en het besluit per post ontvangen. Op 25 februari stond er een artikel in de krant. De heer

Tijdhof zegt hierover: “Het gespreksverslag klopt niet met hetgeen er verwoord is. Het

gespreksverslag wat op 25 februari door mij is ontvangen komt absoluut niet overeen met hetgeen

op 5 februari gezegd is. Ook is het verslag niet ter accodering en aan mij aangeboden.”

33. Op 26 februari heeft de heer Tijdhof een mail naar de burgemeester gestuurd. Hierop heeft hij een

reactie ontvangen. De mailwisseling wordt aan onderzoekers overhandigd. De heer Tijdhof geeft

BING VERTROUWELIJK

aan: “Ik ervaar de mail van de burgermeester als pure chantage. Ik lees erin dat alles wat ik nu nog

zou doen, openbaar zou worden. Ik ben altijd voorstander voor zoveel mogelijke openbaarheid,

maar het moet wel een juiste weergave zijn van een kwestie. Deze kwestie is gewoon om mij als

persoon en als fractieleider in een kwaad daglicht te stellen rond de verkiezingstijd.”

34. De heer Tijdhof heeft overleg gepleegd met zijn partij. Er zijn twee scenario’s besproken. In

scenario één zou de heer Tijdhof zelf de pers opzoeken en er ‘volop ingaan’. Het tweede scenario

kwam erop neer dat de heer Tijdhof zich stil zou houden. Er is gekozen voor het tweede scenario.

35. Op 25 februari kregen alle fractievoorzitters, dus inclusief de heer Tijdhof zelf, het gespreksverslag

per email opgestuurd. De heer Tijdhof zegt: “Het verslag dook overal op. De directeur van de

muziekschool kreeg wel vier keer het verslag toegestuurd uit verschillende bronnen. Het leek wel

spam. De gemeente zegt dat er een WOB-verzoek is ingediend. Ik heb een vermoeden dat dit is

gebeurd door de heer Punt, bestuurslid van de harmonievereniging, of door de krant. Ik snap niet

waarom het verzoek nog dezelfde dag is ingewilligd. Zo’n verzoek kun je toch aanhouden, zeker

gezien het politieke vuur wat er omheen hangt. En het verschil van mening of het een informeel

gesprek of een formeel verzoek was, was niet helder en bovendien was het een gespreksverslag

ver bezijden de waarheid.”

36. De heer Tijdhof zegt geen persoonlijke relatie te hebben met de heer Punt, er is dus ook geen

sprake van conflicten.

37. De heer Tijdhof zegt zich te verbazen over het feit dat er twee besluitenlijsten in omloop zijn van de

collegevergadering van 23 februari. Op de eerste besluitenlijst, die hij als fractievoorzitter op 24

februari binnenkreeg, stond het besluit inzake zijn verzoek niet vermeld. Op 25 februari ontving hij

een herziene versie van de besluitenlijst en hierop stond het besluit wel vermeld. De pers is op 23

februari wel geïnformeerd conform de besluitenlijst van 25 februari.

38. De heer Tijdhof herinnert zich verder nog dat hij op 24 februari telefonisch contact heeft gehad met

de burgemeester. De heer Tijdhof: “Tijdens dit onderhoud heb ik hem gezegd dat er een onjuiste

procedure is gevolgd en dat ik dit niet integer vind. Er heeft geen hoor en wederhoor

plaatsgevonden. Ik heb hem gevraagd of hij, als voorzitter van de raad en als bruggenbouwer zou

willen ingrijpen. Dit in verband met de gevoeligheid voor mij persoonlijk, mijn familie maar ook voor

de verkiezingen. Ik kreeg echter het idee dat de burgemeester niets wilde doen. We werden het

niet eens over de status van het gevoerde gesprek van 5 februari. Ik ben van mening dat wanneer

je van mening verschilt over de status van iets, je eerst op onderzoek uitgaat. Je gaat niet eerst

naar pers. Mijn partijgenoten mevrouw Ter Haar en de heer Koopmans hebben meegeluisterd met

dit telefoongesprek. We voerden namelijk een verkiezingscampagne op de markt in Overdinkel en

stonden naast me, toen ik het gesprek met de burgemeester had. Tijdens het gevoerde gesprek

heb ik wel aangegeven dat voornoemde personen bij me waren. Tevens heb ik aangegeven dat ik

niet kon begrijpen dat deze kwestie zo gespeeld werd.”

39. De heer Tijdhof is van mening dat er in deze situatie alleen maar verliezers zijn. Dit geldt voor

hemzelf, zijn familie, het Kulturhus maar ook voor de wethouder en de verkiezingen. “De

wethouder heeft bestuurlijk heel veel ervaring. Voor haar is deze ophef en dit onderzoek ook niet

goed. Met haar ervaring had ze dit toch nooit zo ver mogen laten komen, ze had me ook bij begin

van het gesprek kunnen aangeven dat dit op deze wijze niet kon.”

BING VERTROUWELIJK

40. De heer Tijdhof vertelt dat op 1 maart 2010 een verkiezingscafé werd georganiseerd in De Lutte.

Iedereen was hier aanwezig, waaronder de heer Heino, een journalist van de Tubantia. De heer

Punt senior stelde tijdens deze bijeenkomst de heer Tijdhof de vraag of hij bezwaar zou maken

tegen de plannen van het Kulturhus. De heer Tijdhof heeft daarop gereageerd dat hij voorstander

is van het Kulturhus. Ook heeft hij een verklaring afgegeven hoe deze situatie was ontstaan. Deze

verklaring is niet overgenomen door de media. De heer Tijdhof verklaart dat hij tijdens een

raadsvergadering een keer een betoog heeft gehouden, waarbij hij heeft gezegd dat de heer Heino

regelmatig negatief over de gemeente schreef.

41. De heer Tijdhof is van mening dat niet alleen hij persoonlijke schade heeft geleden van de situatie.

Ook zijn partij Burgerforum heeft schade ondervonden. Bij de verkiezingen op 3 maart kreeg de

partij 4 zetels. Volgens de heer Tijdhof hadden dit er 1 of 2 meer kunnen zijn. Verder was hij een

kandidaat wethouder.

42. Wegens tijdgebrek wordt het gesprek afgerond. De heer Tijdhof geeft aan het gespreksverslag van

5 februari te willen toelichten. Tevens wil hij nog iets over de geschiedenis van zijn partij vertellen.

Volgens de heer Tijdhof is zijn partij al vaker ‘aangepakt’ en is dit relevant voor zijn situatie nu.

Afgesproken wordt dat deze onderwerpen in het volgende gesprek worden aangekaart.

43. Er wordt door de heer en mevrouw Tijdhof en onderzoekers buiten rondgekeken naar de plaats

waar de plannen van het Kulthurhus gerealiseerd zullen worden en naar de aan te kopen grond.

44. Het concept verslag zal worden gestuurd naar J.tijdhof@losser.nl . Voor de toekomst wil ik graag

de mail ontvangen op jostijdhof@home.nl
 
 
 
 

BING VERTROUWELIJK

Gespreksverslag

Interview met De heer J. Tijdhof, raadslid Losser.

Mevrouw Tijdhof is tevens bij het gesprek aanwezig.

Interview door De heer C. Kooman en mevrouw I. Nijhof (BING)

Datum 26 april 2010

Locatie Huisadres in De Lutte

 

Werkwijze verslaglegging BING

Onderstaand verslag betreft een zakelijk, puntsgewijs verslag van het gesprek dat heeft plaatsgevonden op

bovengenoemde datum. Het gespreksverslag maakt geen deel uit van de rapportage, maar kan als bron

voor de rapportage worden gebruikt. Van het gesprek is geen geluidsopname gemaakt.

Aanvulling van de heer Tijdhof: er is van dit 2e gesprek geen geluidsopname gemaakt, de onderzoekers

waren de geluidsapparatuur vergeten. De fam Tijdhof betreurt dit, maar samen wordt er besloten het

gesprek wel door te laten gaan.

De familie Tijdhof heeft nogmaals aangegeven dat wat haar betreft het verslag als bijlage mag worden

toegevoegd aan de rapportage.

Indien wij delen van het gesprek, die niet in het gespreksverslag zijn opgenomen, relevant vinden voor ons

rapport, zullen wij deze, voorafgaand aan de rapportage, aan u voorleggen. Dit voorleggen is niet bedoeld

om uw toestemming te vragen om één en ander op te nemen in het rapport, maar bedoeld om de correcte

weergave te beoordelen, soms mede gezien de context.

Vragen:

Inleiding

1. De heer Kooman legt de aanleiding en het doel van het gesprek en het onderzoek uit en geeft een

toelichting op de procedure van het interview.

2. De heer Tijdhof wil in dit tweede gesprek graag een toelichting geven op het gespreksverslag van 5

februari,dat gemaakt is tijdens zijn bezoek aan wethouder Holsheimer. De heer Tijdhof heeft rond

26 februari, nadat het collegebesluit en het gespreksverslag reeds bij de media bekend waren, zelf

nog aantekeningen gemaakt over het gesprek en het verslag. Hij deelt deze aantekeningen met de

onderzoekers.

3. De heer Tijdhof vermeldt dat zijn vrouw niet bij het gesprek met de wethouder kon zijn. Dit vond hij

destijds al jammer en in het licht van de gebeurtenissen die gevolgd zijn, betreurt de heer Tijdhof dit

enorm. Nu is het zijn woord tegen dat van twee mensen van de gemeente.

4. De heer Tijdhof benadrukt dat hij als burger heeft gesproken met de wethouder.

BING VERTROUWELIJK

5. De heer Tijdhof heeft geen schriftelijk verzoek willen indienen. Het gesprek had voor hem juist een

informatief en onderzoekend karakter over de mogelijkheden en onmogelijkheden van zijn voorstel.

Hij wilde dit samen met de wethouder verkennen.

6. De heer Tijdhof zegt dat hij niet gedreigd heeft met het indienen van bezwaar. Hij zegt: “Ik heb het

volgende gezegd. Indien verkoop van de grond niet mogelijk is wil ik overleg plegen met mijn

deskundigen. Afhankelijk van hun advies wil ik wel of geen verzoek/ zienswijze indienen.”

7. De heer Tijdhof geeft aan dat hij het zeer kwalijk vindt dat er nu gecommuniceerd wordt dat hij de

grond ‘om niet’ zou willen hebben. Hij zegt hierover: “Ik heb gezegd dat het verrekend kan worden

met de planschade die ik heb. In mijn beleving is de grond ongeveer 50 euro per meter waard (x

300 meter is 15.000 euro). Mijn vrouw en ik achten de planschade die wij tegemoet kunnen zien

groter. Ik ben niet uit op geld en zat daar met de beste bedoelingen. Ik heb zelfs gezegd dat de

gemeente het restbedrag niet hoeft uit te betalen, de gemeente mag het ‘om niet’ hebben. Dit is nu

180 graden de andere kant uit gedraaid.”

8. De heer Tijdhof vraagt zich af waarom de wethouder niet heeft ingegrepen als zij het gesprek zo

aanstootgevend vond. Hij zegt: “Dan had zij tijdens het gesprek de rode kaart moeten trekken en

moeten zeggen: de heer Tijdhof dit kan niet, u bent wel raadslid. Dan had zij het gesprek moeten

beëindigen.”

9. De heer Tijdhof verwacht dat de planschade groter is dan 15.000 euro omdat de gemeente

doorkijkjes zoals op het erf bij de familie Tijdhof erg belangrijk acht. Door deze aanbouw van het

kulturhus zal de waarde van het pand van de familie Tijdhof in waarde dalen. De bedragen van de

planschade of van de te verwerven grond zijn tijdens de gesprekken echter helemaal niet ter sprake

geweest. Niemand had deze getallen bij de hand. Er is ook geen inschatting gemaakt. De heer

Tijdhof geeft aan dat hij niet wist hoe deze getallen zich tot elkaar zouden verhouden.

10. De heer Kooman geeft de heer Tijdhof terug dat zijn verzoek ‘aan de andere zijde’ is ervaren als

‘het mes op de keel zetten’ en ‘dreigen met een bezwaarprocedure’. De heer Tijdhof geeft aan dit

niet te snappen. “Ik weet dat ik, naarmate een gesprek spannender wordt, heel rustig en kalm blijf.

Dit ervaren anderen soms als vervelend. Ik heb juist heel rustig aangegeven dat ik ook wel over

minder grond wilde praten. Daarom kwam ik op gesprek; om te polsen over de mogelijkheden. In

een schriftelijk verzoek is zoiets niet aan te passen. De wethouder weet dit want tijdens ons

telefoongesprek van 23 februari hebben wij nog gekeken naar opties voor het verwerven van

minder grond. Zij heeft mijn verzoek echt wel begrepen,Ze zei tijdens dat telefoongesprek,dat ook

aankoop van het bosperceeltje niet bespreekbaar was. Ik begrijp niet waarom een wethouder met

zo veel ervaring zo erg zou moeten schrikken van mijn voorstel.”

11. De heer Tijdhof is van mening dat ook de heer Plegt heeft moeten begrijpen dat zijn verzoek

onderhandelbaar was: “Als ik zo star ben als zij doen voorkomen, dan had ik wel gewoon een

schriftelijk verzoek ingediend, daarin valt niets meer te onderhandelen. En als de heer Plegt het zo

vreemd vond, waarom zei hij dat dan niet tijdens het gesprek. De heer Plegt heeft alleen

aangegeven dat hij het met de wethouder zou terugkoppelen.”

12. Mevrouw Nijhof vraagt welke afspraken er aan het einde van het gesprek zijn gemaakt. De heer

Tijdhof bevestigt dat hij van de wethouder graag een terugkoppeling wilde hebben. De wethouder

gaf daarbij aan dat zij overleg zou moeten plegen met het College. Het beeld dat de heer Tijdhof

daarbij heeft is dat zij informeel met haar collega wethouder en de burgermeester zou afstemmen.

Dit vindt de heer Tijdhof niet vreemd, omdat de wethouder net is aangesteld en niet volledig op de

BING VERTROUWELIJK

hoogte kan zijn. Hijzelf zou de teruggekoppelde informatie gebruiken om zijn verzoek wel of niet in

te dienen. Bij het besluiten van wel indienen zou dan ook op maat indienen van het verzoek

mogelijk zijn.

13. De wethouder heeft een ander beeld gehad bij deze afspraak. Zij achtte het verzoek op dat moment

formeel. Zij heeft daarom het verzoek zelf op schrift gesteld om mee te nemen naar het college. De

heer Tijdhof zegt hierover: “Geen enkele burger kan eventjes naar de wethouder lopen om te praten

en daarmee een formeel verzoek achterlaten. Dit had zij dan op zijn minst moeten bevestigen. Zij

hoeft voor mij en mijn vrouw niets op papier te zetten. Dat doet zij voor andere burgers ook niet. Wij

kunnen echt wel ons eigen verzoek formuleren. Dan had zij mij dat gewoon moeten vragen.”

14. De heer Tijdhof zegt niets te weten over het advies van een ambtenaar aan het college over deze

kwestie. Hij heeft dit advies dus ook nooit gelezen of opgevraagd.

15. De heer Tijdhof bevestigt dat hij niet op de hoogte was dat er een verslag van het gesprek zou

worden gemaakt. Volgens de heer Tijdhof zouden er alleen enkele aantekeningen gemaakt worden.

Hij zegt hierover: “Deze afspraak is ook niet gemaakt, want als ik wist dat er een verslag zou

worden gemaakt, dan had ik het wel opgevraagd.” Tevens voegt de heer Tijdhof toe dat zijn gevoel

na het gesprek goed was en zijn vertrouwen in de wethouder groot.

16. De heer Kooman legt de heer Tijdhof voor dat Artikel 15 van de gemeentewet stelt dat, voor het

verwerven van een stuk grond door een raadslid, ontheffing nodig is door gedeputeerde staten. Dit

wil zeggen dat de procesgang binnen de gemeente hetzelfde blijft, maar dat bij eventuele

goedkeuring door het college ook nog goedkeuring door gedeputeerde staten noodzakelijk is. De

heer Tijdhof geeft aan dat hij dit nooit geweten heeft en dat hij het raar vindt dat noch de griffier,

noch de wethouder hem hiervan op de hoogte heeft gesteld. Tevens is hij van mening dat de

transacties van collegeleden, ex wethouders en raadsleden van afgelopen jaren dan allemaal goed

dienen te worden doorgenomen. De heer Kooman geeft aan dat dit niet binnen de reikwijdte van dit

onderzoek valt.

17. De heer Kooman geeft aan dat het adagium geldt: “een ieder wordt geacht de wet te kennen.” De

heer Tijdhof is het hier mee eens maar tevens is hij van mening dat de wethouder, de

burgemeester, de griffier, de gemeentesecretaris of de ambtenaar hem op dit Artikel 15 hadden

moeten wijzen. “Je laat zoiets niet doorsudderen. Nu zijn er alleen maar verliezers. Maar voor mij

was het alleen een informeel gesprek en geen officieel verzoek.”

18. De heer Tijdhof wil de context schetsen waarin zijn situatie is ontstaan. Hij haalt hierbij een aantal

gebeurtenissen aan die invloed hebben gehad op de omgang met en de beeldvorming over zijn

partij Burgerforum.

19. Op 30 januari 2007 ontving de heer Tijdhof in zijn functie als fractievoorzitter van Burgerforum een

brief van het College. De heer Tijdhof zou kwalijke uitspraken hebben gedaan tijdens een

raadsvergadering dit werd ook middels een brief gecommuniceerd naar de raadsleden en het

college. De heer Tijdhof was het hier niet mee eens en heeft gevraagd of de opnametape kon

worden afgeluisterd. Tijdens het afluisteren van de tape bleek dat een en ander niet correct

verwoord was in de brief van het college. Het college stuurde daarom aan de gehele raad een brief

waarin zij excuses maakte. Volgens de heer Tijdhof heeft dit het college heel veel moeite gekost en

was hijzelf wel beschadigd hierdoor.

BING VERTROUWELIJK

20. In 2008 ontstond er een gerucht over niet integer handelen van een collega raadslid van de heer

Tijdhof, mevrouw Ter Haar. Volgens de heer Tijdhof werd dit gerucht verspreid door PvdA

wethouder Van de Bos. De heer Tijdhof heeft om een onderzoek gevraagd, om de naam van zijn

collega, mevrouw Ter Haar, te zuiveren. De burgemeester heeft in zijn poging te bemiddelen,

bevestigd dat het gerucht niet op waarheid gestoeld was doch hij heeft het volgens de heer Tijdhof

niet rechtgezet. De kwestie liep hoog op in de raad en er is een motie van wantrouwen tegen de

wethouder ingediend. Deze motie heeft het niet gehaald. In december 2008 is de wethouder zelf

opgestapt. De heer Tijdhof heeft over deze gang van zaken ook met de heer Jansen, commissaris

van de Koningin, gesproken.

21. De heer Tijdhof vertelt dat tussen hem en de gemeentesecretaris een conflict heeft gespeeld.

Tijdens een openbare raadsvergadering heeft de gemeentesecretaris de heer Tijdhof tijdens zijn

betoog onderbroken en voor leugenaar uitgemaakt, waarna de gemeentesecretaris de zaal

uitvluchtte en met deuren gooide. De heer Tijdhof heeft de burgemeester gevraagd in te grijpen.

Tijdens het volgende (besloten) presidium heeft de gemeentesecretaris zijn excuses aangeboden

voor zijn gedrag. De heer Tijdhof heeft het hier destijds bij gelaten, naar eigen zeggen uit belang

voor rust in de gemeente Losser. Met de wijsheid van nu zou hij expliciet persoonlijke excuses

hebben gevraagd omdat hij werd uitgemaakt voor leugenaar.

22. Tekst de heer Tijdhof: In de week voor de verkiezingen werd collega raadslid, mevrouw ter Haar

door het bestuurssecretariaat gebeld voor een afspraak op dinsdag 2 maart i.v.m. een privé zaak

betreffende de uitkeringsaanvraag van haar zoon. Omdat zij hierover geen goed gevoel had en

graag het gesprek over de verkiezingen heen wilde tillen is het gesprek een week uitgesteld,en

gevoerd in het bijzijn van een fractiegenoot. In dit gesprek werd aangegeven dat de integriteit van

mevrouw ter Haar in het geding zou zijn. Hoewel frauduleuze praktijken, onderzocht door de sociale

recherche, niet hard gemaakt konden worden, blijft de burgemeester in twee brieven hier aan vast

houden.

23. De heer Kooman vraagt waar al deze conflicten vandaan komen. De heer Tijdhof zegt:

“Burgerforum is de luis in de pels van de gemeente Losser. Wij willen kwalijke zaken aan de haak

stellen; eerlijk en recht door zee. We staan bekend als ‘bijters’ die doorgaan op bepaalde zaken en

dat valt niet altijd goed. Zodra er nu iets met Burgerforum gebeurt, is er gelijk een hoop ellende. In

mijn beleving hadden we mijn hele situatie kunnen voorkomen.”

24. De heer Tijdhof vertelt: “Mensen zeggen vaak dat de toon de muziek maakt. Maar wij blijven juist

rustig terwijl we ons vastbijten en benoemen man en paard. We willen echt wat neerzetten en dat

wordt als onfatsoenlijk bestempeld.”

25. De heer Tijdhof beschrijft een andere gebeurtenis in het najaar van 2009. De burgemeester en

hijzelf waren aanwezig bij een opname van het programma ‘In de Wandelgangen’ van TV Oost. De

burgemeester zou hebben geweigerd met de heer Tijdhof aan één tafel te zitten.

26. De heer Tijdhof is van mening dat de situatie waarin hij nu verkeert te voorkomen was geweest. Hij

heeft hierbij ook pech gehad. Hij verwijst naar de brief van de heer Zwijnenberg die het

integriteitonderzoek naar de heer Tijdhof heeft aangevraagd. De heer Zwijnenberg was volgens de

heer Tijdhof al langer gefrustreerd over de gang van zaken bij de gemeente in het algemeen. Met

het verzoek voor een onderzoek wilde hij de gemeente treffen en niet de heer Tijdhof. De heer

Tijdhof is wel van mening dat het vreemd is dat iedereen maar zo een integriteitonderzoek kan

aanvragen. Tussen de familie Zwijnenberg en de familie Tijdhof speelt geen conflict.

BING VERTROUWELIJK

27. De heer Tijdhof bevestigt dat hij een verzoek/zienswijze heeft ingeleverd. Hij heeft nog geen reactie

ontvangen.

28. De heer Tijdhof geeft aan dat zijn collega raadslid, mevrouw Ter Haar, voor hem waarneemt. In het

seniorenconvent van 17 maart jl. is de zaak van de heer Tijdhof besproken inclusief de vraag wat te

doen. De burgemeester heeft hierbij om geheimhouding gevraagd, tot het volgende convent op

dinsdagavond 23 maart.

29. De heer Tijdhof zegt dat hij op 22 maart jl. door journalist Waanders is gebeld met de vraag hoe het

met het integriteitonderzoek stond. De heer Tijdhof zegt zelf toen nog van niets te weten. Dit heeft

de heer Tijdhof aangegeven omdat er door de burgemeester 17 maart geheimhouding was

gevraagd. Dinsdagochtend 23 maart jl. is in het college besloten tot het instellen van het onderzoek

en is dit ook openbaar gemaakt. Tijdens het senioren convent diezelfde avond is de burgermeester

door Burgerforum erop aangesproken dat hij om geheimhouding vraagt, terwijl hij al wel vooruit

loopt in de openbaarheid met een besluit in het college. De burgemeester schijnt hierbij te hebben

aangegeven dat hij een vergissing heeft gemaakt.

30. De heer Tijdhof beschrijft nog een gebeurtenis in de raad. Begin 2008 heeft een CDA-raadslid de

heer Tijdhof met de heer Goebbels vergeleken. Hij zou hiermee bedoelen dat als je vaak genoeg

dezelfde leugen vertelt dat de leugen dan waarheid kan worden. De uitspraak was voorbereid en

onderdeel van een op schrift gesteld betoog. De heer Tijdhof zegt dat dit vooral veel ouderen pijn

heeft gedaan in de gemeente en ook binnen zijn partij Burgerforum. Tijdens de volgende

raadsvergadering heeft de Tijdhof dit bespreekbaar gemaakt. Het CDA-raadslid heeft geen excuses

gemaakt maar bleef bij zijn statement en dit werd door de fractievoorzitter van het CDA

onderstreept. De burgemeester heeft volgens de heer Tijdhof niet ingegrepen. Bij het aantreden van

de nieuwe wethouders hebben zij persoonlijk met de fractieleden gesproken. Kennelijk is dit voorval

ter sprake gekomen. In december 2009 werd er tijdens een raadsvergadering, door het betreffende

CDA-raadslid, excuses aangeboden voor dit voorval. De heer Tijdhof haalt deze gebeurtenis aan

om te onderstrepen waarom hij zo veel vertrouwen heeft gehad in de nieuwe wethouders.

31. De heer Tijdhof zegt dat de consequenties van het onderzoek voor hem en zijn familie enorm zijn.

In de week van 23 maart, nadat was besloten tot een onderzoek, stond er veel pers voor de deur; er

werden foto’s gemaakt van zijn perceel en het verhaal is in de krant breed uitgemeten. De heer

Tijdhof zegt: “Ik heb het gevoel echt aan de schandpaal te zijn genageld.”

32. De heer Tijdhof geeft aan dat hij tijdens het gehele proces zich zo stil mogelijk heeft gehouden. Hij

is van mening dat de gang van zaken wel zijn geloofwaardigheid aan begint te tasten. Hij zegt: “Ik

probeer me aan de afspraken te houden en met niemand te praten. Maar er worden mij wel vragen

gesteld en telkens moet ik zeggen dat ik van niets weet. Dat is ook meestal zo. Maar het is niet

meer geloofwaardig voor de pers, want een dag later blijkt er toch iets aan de hand te zijn. Ik begrijp

dat een journalist dit meeneemt in zijn analyse. Hier bedoel ik ook mee het niet aan de afspraak

houden van geheimhouding d.d. 17 maart 2010 door de Burgemeester.”

33. De heer Tijdhof geeft tevens aan dat het hem tegenvalt dat hij totaal geen hulp heeft ontvangen

vanuit de gemeente, bijvoorbeeld in de vorm van een vertrouwenspersoon of rechtshulp. Hij heeft

dit bij de griffier een aantal keren nagevraagd. Hij zegt: “De griffier komt er niet uit, er bestaat niet

zoiets als juridische hulp voor mensen die in mijn situatie belanden. Ik ben aan willekeur

overgeleverd. Ik zit best in nood maar wie helpt mij nou. Ik maak particulier gebruik van mijn Univé

rechtshulp. Maar omdat er nog geen rechtszaak is, is deze hulp minimaal.”

 

BING VERTROUWELIJK

34. De heer Tijdhof is van mening dat zijn partij willens en wetens is aangepakt. Hij verwijst hierbij naar

de gebeurtenissen die hij heeft beschreven. Hij zegt: “Bij de verkiezingen had Burgerforum wellicht

5 of 6 zetels kunnen halen. Dan was de situatie in Losser echt anders geworden. Ik had misschien

wel wethouder kunnen worden.”

35. Mevrouw Nijhof vraagt of de heer Tijdhof zich heeft afgevraagd of hij, met de verkiezingen in zicht,

het risico wel zou moeten nemen van een dergelijk verzoek indienen. De heer Tijdhof antwoordt:

“Nee, dit heb ik nooit bedacht. Ik had 100 % vertrouwen in de nieuwe wethouders. Misschien is

mevrouw Holsheimer ook wel gebruikt? In januari 2010 zijn wij met onze fractie Burgerforum nog bij

de wethouders geweest. Hun boodschap was toen dat wij als partij niet alles zo formeel moesten

insteken, met brieven en e-mails. Wethouder Holsheimer zei dat er ook veel kan worden bereikt

zonder deze middelen. Zij vertelde dat we gewoon konden binnenlopen en dat zij open zouden

staan voor ons. Dit leverde ook een betere en soepele omgang op. Ik vond dit oprecht gemeend

van haar. Ik had hierbij ook niet een associatie van achterkamertjespolitiek, voor mij was het een

informeel gesprek en geen officieel verzoek”

36. De heer Tijdhof is van mening dat er alleen verliezers zijn in dit verhaal: “De partij Burgerforum heeft

schade, ik persoonlijk heb grote schade maar ook het Kulturhus. In mijn beleving wil de gemeente

het Kulturhus helemaal niet realiseren, omdat er weinig geld is. Nu kunnen zij de problemen met het

Kulturhus de familie Tijdhof in de schoenen schuiven vanwege een stukje groen, maar volgens mij

willen zij de 400.000,- euro gewoon niet uitgeven.”

37. De heer Tijdhof laat een brief van de gemeente zien van 30 augustus 2005 waarin een antwoord op

een zienswijze staat verwoord die door de buurt is ingediend aangaande de groenstrook bij het

Kulturhus. Er is volgens de heer Tijdhof door de gemeente geen uitvoering gegeven op de

toezegging in deze brief. De zienswijze is op 1 december 2003 ingediend door de buurt. De heer

Tijdhof: “Op dit soortgelijke verzoek moesten we (de buurt) al meer dan twee jaar wachten. Ik

verbaas me erover, dat ik nu met mijn informeel gesprek, ineens binnen drie weken al antwoord heb

gekregen. En hoe; van de wethouder persoonlijk en met pers en al erbij.”

38. De heer Kooman vraagt wat de heer Tijdhof, achteraf bezien, anders had willen doen. De heer

Tijdhof antwoordt dat hij de gewenste regeling omtrent planschade anders had moeten verwoorden.

Hij had de woorden ‘om niet’ niet moeten gebruiken. De heer Tijdhof zegt: “Achteraf is het

gemakkelijk het lotto formulier van gisteren vandaag goed in te vullen.” Tevens zegt hij nooit meer

alleen naar een wethouder te zullen gaan, noch voor een informeel dan wel voor een formeel

gesprek.

39. Het concept verslag zal worden gestuurd naar jostijdhof@home.nl

 

Share our website