Publicaties

29.3.2011: Verlenging ingezetenschap wethouder


AGENDAPUNT 7 - ontheffing ingezetenschap wethouder Hassink

We hebben dit weekend het verzoek uit gedaan om agendapunt 7 (ontheffing ingezetenschap wethouder Hassink) van de agenda te halen. Dit met het argument dat het voorstel in onze ogen niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden.

Bij de ingezonden stukken die 25 maart ter inzage zijn gelegd in de leeskamer hier op het gemeentehuis, was ook een circulaire van het Ministerie van Binnenlandse zaken over ontheffing woonplaatsvereiste wethouders.

Daarin wordt aangegeven dat aan de ontheffing van de woonplaatsvereiste voor wethouders een aantal voorwaarden gesteld worden. Het voorstel dat nu voorligt voldoet hier niet aan. Als we dit als hamerstuk aannemen, zitten we fout.

Toen voorgesteld werd dit als hamerstuk op te voeren, is van onze kant al aangegeven dat het voor ons geen vanzelfsprekendheid is om dit zonder meer te verlengen.

Dit blijkt dus volgens de gemeentewet ook niet zo te mogen, vooral niet als het gaat om een verlenging van de ontheffing.

Ik citeer: 'Wetgeving: Voor het wethouderschap is het ingezetenschap voorwaardelijk. Het is immers van belang dat lokale bestuurders voeling en binding met de lokale gemeenschap hebben of krijgen en vooral dat zij zelf de effecten van het door hen gevoerde bestuur ervaren.”

We hadden het niet mooier kunnen zeggen.

Verder komt het er op neer dat aan de ontheffing van de woonplaatsvereiste toch bepaalde voorwaarden gesteld worden, vooral als het gaat om een verlenging. Het moet dan gaan om een bijzonder geval en de raad moet jaarlijks weer opnieuw bekijken of er inderdaad sprake is van een bijzonder geval dat afwijking van het wettelijk uitgangspunt rechtvaardigt.

Automatische verlenging van een ontheffingsbesluit waarin nog niet invulling is gegeven aan het begrip 'bijzonder geval”, volstaat niet. En als bijzonder geval wordt als voorbeeld gegeven persoonlijke omstandigheden zoals ziekte van een familielid of wanneer de gemeente vanwege herindeling binnen de collegeperiode opgeheven gaat worden.

In het voorstel dat er nu ligt wordt gesteld, dat het niet in de gemeente wonen van de wethouder niet als belemmering wordt gezien voor het uitoefenen van zijn functie als wethouder en dat om deze reden wordt voorgesteld om hem deze ontheffing te verlenen. Dit voorstel zal het presidium dus in moeten trekken. Het is overigens ook niet in het presidium behandeld, maar achteraf gemaild met het verzoek hier in mee te gaan. Dat blijkt dus niet zonder meer te kunnen.

De motivering waarom er sprake is van een bijzonder geval dat verlenging legitimeert, dient plaats te vinden bij een verlenging van een ontheffing en dan het liefst in het voorstel zelf. Zo niet, dan zal het in ieder geval bij de beraadslaging naar voren moeten komen (de raad moet immers bij de behandeling van het ontheffingsbesluit de motivering kunnen toetsen) en bij de besluitvorming ook als zodanig vastgelegd moeten worden.
 
STEMVERKLARING BIJ DE BESLUITVORMING NIEUWE VOORSTEL
Laat duidelijk zijn: Dit heeft niets te maken met de persoon of de kwaliteit van betrokkene. Maar gezien wat er nu voorligt, het feit dat dit zó laat is gekomen, zodat de fractie dit niet zorgvuldig heeft kunnen nalezen en afzetten tegen de circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, zullen we tégen dit voorstel stemmen.

Share our website