Nieuws

Zienswijze PPE Overijssel


Zienswijze plus stukken over MER e.d. (scroll daarvoor naar beneden)
Provinciaal Programma Energiestrategie PPE
Zienswijze Burgerforum op PPE Provincie

Gedeputeerde Staten van Overijssel
t.a.v. het secretariaat eenheid Ruimte en Bereikbaarheid
Postbus 10078
8000 GB Zwolle

postbus@overijssel.nl

ZIENSWIJZE op Ontwerp Provinciaal Programma Energietransitie (PPE)

Geachte DB leden,

Bij deze willen wij middels het indienen van een zienswijze reageren op het Ontwerp Provinciaal Programma Energietransitie.

Het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) is een instrument van Gedeputeerde Staten om de provinciale ambities uit de Regionale Energiestrategie (RES) te realiseren. GS geeft in het programma aan
vooral in te zetten op windenergie, vanuit de constatering dat we de afgesproken ambitie van beide RES-regio’s voor 2030 in het huidige tempo en inzet niet halen.

Omdat de RES als uitgangspunt wordt genomen, allereerst een opmerking over het tot stand komen van de RES. Daarbij gaan wij niet alleen in op de inhoud, maar ook op de procedure en de rol die wij als raadsleden (i.c. van de gemeente Losser) in dit proces hebben gehad.
Daarna volgen wij in onze zienswijze puntsgewijs uw Ontwerp PPE.

Uitgangspunt RES
Een afvaardiging van Burgerforum heeft alle bijeenkomsten die georganiseerd zijn voor raadsleden bijgewoond en constructief meegedacht en inbreng gegeven. Wij hebben echter moeten constateren dat er weliswaar wel inbreng mogelijk was, maar wij hier weinig tot niets van terug hebben gezien in de RES 1.0.
Onze rol -zo werd ook gesteld—was meer het ophalen van informatie, onze inwoners informeren en de boodschap overbrengen die al in grote lijnen op papier stond.
Daarnaast werd ook de verhouding zon : wind tussentijds gewijzigd en omgewisseld naar 60 % wind op 40% zon en dan bij voorkeur geclusterd. Met als argument dat dit minder (maatschappelijke) kosten met zich mee zou brengen. Deze verhouding werd gebracht als streven / richting en zou zeker nog niet vast liggen. Dat kwam allemaal later nog.

De RES 1.0 werd ook gepresenteerd als strategisch koersdocument dat in de toekomst nog aangepast zou kunnen worden, afhankelijk van wat de komende jaren nog komt aan innovatieve ontwikkelingen of alternatieve vormen van groene energie.
Ook werd gesteld dat draagvlak leidend zou zijn.

Burgerforum kon gezien de inhoud en bijbehorende procesafspraken niet haar commitment uitspreken voor het definitieve voorstel van de RES 1.0. Een reden om tégen te stemmen was ook het ontbreken van burgerinbreng.

Wij zijn van  mening dat een op deze wijze tot stand gekomen RES 1.0 in feite niet als basis genomen kan en mag worden voor een PPE. Dat deze RES 1.0 nu als uitgangspunt genomen wordt en daarnaast nog extra op windenergie wordt ingezet, is in onze ogen de verkeerde weg om doelen te bereiken.
 
  1. Extra inzet windenergie

De extra insteek op windenergie is gebaseerd op tijdsdruk om doelen te halen. Wij zijn van mening dat de energietransitie gebaat is bij zorgvuldige procedures en het uitgangspunt draagvlak niet losgelaten mag worden. Draagvlak zou leidend zijn is ons altijd voorgehouden.
In onze ogen zou de verkenning van het college van Rijksadviseurs “Via Parijs” leidend moeten zijn. Daarin wordt geadviseerd windmolens te plaatsen daar waar ze het meest rendement opleveren en de minste “landschapspijn” ontstaat. In ons waardevolle nationaal Landschap horen windmolens niet thuis.
Onduidelijk is ook nog welke argumenten ten grondslag hebben gelegen om De Lutte alsnog als locatie mogelijk te maken, terwijl dit in eerste instantie -in onze ogen terecht- door de provincie afgewezen werd als zoeklocatie. Wanneer is er sprake van een belemmering voor windmolens en wanneer niet? Welke criteria worden daarvoor gehanteerd.

1.3.2 Leefomgeving, ruimtelijke kwaliteit en gebiedsfonds
Gesteld wordt dat de impact op natuur, gezondheid en landschap zo klein mogelijk blijft.
Onderzoek naar effecten op de volksgezondheid lopen echter nog. Wij stellen voor met verdere stappen te wachten tot de resultaten hiervan bekend zijn.

Clustering van windmolens zal overigens altijd impact hebben op het landschap omdat het zal gaan om windmolens van ca. 250 meter (landschapspijn), waarbij de betonnen poeren ook na ontmanteling in de grond achterblijven (2-3 meter wordt onder het maaiveld verwijderd, de rest blijft zitten).

Onder. 1 – div.:  Draagvlak/Maatschappelijke betrokkenheid
Draagvlak zou essentieel zijn voor realisatie van grootschalige projecten. Nu wordt gesproken over maatschappelijke acceptatie. Dat is een breed en vaag begrip. Wanneer is nl. sprake van acceptatie en waaraan wordt dat gemeten?
Wat procesparticipatie betreft kan geconcludeerd worden dat inwoners hier geen rol in hebben gehad, in ieder geval niet van betekenis en al helemaal niet wat de zoeklocaties betreft voor zover die nu voorliggen.

3. pagina 15: Kaders voor participatie
In de PEE wordt duidelijk gemaakt welke rol voor de provincie bij de participatie is weggelegd.  

Aanvullend op de afspraken in de RES 1.0 wil de provincie bij projectparticipatie in ieder geval een aantal zaken terugzien als het gaat om grootschalige windprojecten.
De drie punten die onder 3.2. op pagina 15 genoemd worden ondersteunen we van harte. Een “inspanningsverplichting” is echter een vaag begrip. Wanneer heeft de projectontwikkelaar voldoende inspanning verricht om bewoners te laten participeren? Onze ervaring met het zonnepark in Overdinkel heeft geleerd dat dit in de praktijk weerbarstig kan zijn en het woord “inspanningsverplichting” heel verschillend kan worden geïnterpreteerd.
U geeft aan dat dit nog verder uitgewerkt zal worden en daarbij is het belangrijk de eisen die u aan participatie stelt zo concreet mogelijk te formuleren.

Deze zienswijze is zowel per mail als op schrift verstuurd.

Losser, 15 augustus

Fractie Burgerforum
Harold Sligman, fractievoorzitter
Opsteller zienswijze: Lies ter Haar

Verslag van MER provincie bijeenkomst
Provincie over MER
Provinciale MER informatiedag
MER deelsessie 1
Deelsessie 2
Deelsessie 3

Verslag 
Milieueffectrapportage helpt bij besluiten over de Overijsselse leefomgeving!

Op 7 september organiseerden de provincie Overijssel en de Commissie voor de milieueffectrapportage een kennismiddag over milieueffectrapportage en de Omgevingswet. Een mooie opkomst vanuit gemeenten, provincie, omgevingsdiensten en het waterschap.
Gedeputeerde Tijs de Bree opende de middag en ging met bestuurders in gesprek over het inzetten van het instrument milieueffectrapportage.
Harry Webers, plaatsvervangend voorzitter bij de Commissie m.e.r, interviewde een panel van Overijsselse overheden. In het panel werd de diversiteit van soorten milieueffectrapporten in Overijssel duidelijk.
Van gemeentelijke omgevingsvisies, omgevingsplannen, energievisie, provinciale inpassingsplannen tot dijkversterkingsprojecten.
Tijdens verschillende presentaties deelde de Commissie haar kennis, puttend uit 35 jaar praktijkervaring.
Grote belangstelling was er voor de deelsessie Omgevingsvisies en omgevingsplannen onder de Omgevingswet.

Enkele leerpunten en quotes:
 Milieueffectrapportage geeft inzicht in knelpunten, kansen en dilemma’s op milieu- /omgevingsgebied. Het helpt ontwikkelingen in samenhang te beoordelen en te zoeken naar slimme combinaties van oplossingen. Ook welke keuzes noodzakelijk zijn wordt zichtbaar.
 Milieueffectrapportage geeft objectieve en transparante informatie over de milieugevolgen van mogelijke oplossingen en keuzes, wat een goede basis geeft voor overleg met stakeholders.  Milieueffectrapportage ondersteunt participatie en draagvlakontwikkeling en vergroot de juridische houdbaarheid van besluiten.
 Milieueffectrapportage helpt vooral en heeft meerwaarde als het vanaf de start onderdeel uitmaakt van de planontwikkeling en belangrijke keuzes (bijvoorbeeld tussen mogelijke oplossingen) nog gemaakt moeten worden.
 De samenvatting van een milieueffectrapport vraagt extra aandacht omdat vooral dit onderdeel gelezen wordt door bestuurders en stakeholders. Initiatiefnemers kunnen zelf meer sturen op de inhoud van de samenvatting.
 Er is behoefte aan een heldere m.e.r.-handleiding voor bestuurders.
 ‘Beter een goede milieueffectrapportage vooraf dan 1000 vragen of een procedure bij de Raad van State achteraf’.
 ‘Betrek de Commissie m.e.r. vroegtijdig bij plannen en projecten om focus in het onderzoek aan te brengen. Wees niet bang om deze onafhankelijke instantie in te schakelen, maar maak juist gebruik van haar kennis en ervaring die zij heeft opgedaan bij meer dan 3500 milieueffectrapporten’.
Share our website