Nieuws

Vragen en antwoorden diftar / huisvuilinzameling


Burgerforum Financieel technische vragen afvalbeleid
1.5 Afval scheiden loont / Uitgangspunt: De vervuiler betaalt
240 l in 2017 € 227.19    140l € 176.12
         " 2018 € 174.65.      ".   € 160.89
                        --------            ---------
Verschil.         €  52.54.            €  15.28 Het verschil bedraagt € 37.21
Vraag: Gaarne uitleg waarom de gebruiker van de grote container in verhouding minder gaat betalen als de gebruiker van de minicontainer? Antwoord: dit heeft te maken met hoe het tarief in het verleden berekend is en hoe het nu tot stand is gekomen. Alle tarieven in dit voorstel zijn uitgegaan van eenzelfde prijs per liter, € 0.02752. Dus alle tarieven zijn de inhoud van het inzamelmiddel maal de literkosten. Dus de kosten voor het gebruik van een ondergrondse container zijn met deze berekening, in verhouding, gelijk aan het gebruik van een 140 of 240 liter minicontainer. In de voorgaande jaren waren de tarieven niet gebaseerd op een liter verhouding.
Keuzedocument afvalbeleid pag. 17 van 35 / Volumes op jaarbasis
240 l 8 keer per jaar= 48 inworpen in de 40 litertrommel per jaar 1920 liter
140 l  8 keer per jaar= 28 inworpen in de 40 litertrommel per jaar 1120 liter
Maar bij 3.2.4 uitvoering omgekeerd inzamelen staat bij de 4 e regel van boven:
gemiddeld 2 keer per week restafval wegbrengen. Dit is 52 x 2 = 104 keer.
Vraag: Dit klopt toch niet met het bovenstaande?
Antwoord: Het voorbeeld genoemd bij 3.2.4 is bedoeld als uitleg voor de maximale brengafstand, waarbij 2 keer per week storten is vermeld om aan te geven dat een afstand van max 250 meter daarbij acceptabel is. Het voorbeeld is niet bedoeld om het gebruikelijke volume voor een huishouding aan te geven. Dat ligt aanzienlijk lager, namelijk gemiddeld 1 keer per week.
 
Dan bij 3.2.6 resultaten: restafval afnemen naar 60 a 65 kilogram per jaar.
Prognose 2017: 140 kg per jaar per persoon.
Vraag: Waarom hebben we het in het bovenstaande over kilogrammen terwijl er in de andere stukken ( zie pag. 17/35) over liters wordt gesproken? (Liters staan niet altijd in verhouding tot kilo's)
Antwoord: Omdat er bij de minicontainer inzameling van het (rest)afval niet gewogen wordt,  inzameling van het afval wordt uitgegaan van het volume van de minicontainers en de trommel van de ondergrondse container. Voor de verwerking van het afval en de grondstoffen wordt uitgegaan van gewicht in kg.
De doelstelling 2030 (afvalloos Twente) is geformuleerd in kg.
 
Dan de tarieven:
2 x 140l + basisbedrag = € 176.12
2 x 240l + basisbedrag = € 245.26
Blokcontainer.                = € 71.32     ( wel of geen basisbedrag berekend)
Antwoord: dit gaat over de tarieven van 2017, die dit jaar doorberekend worden. Inwoners die gebruik maken van een blokcontainer of ondergrondse container betalen een containertarief plus een basistarief, € 71,28 + € 79,69 = € 150,97.
 
4.3 Tarief restafval 13 x ledigen per jaar
Bij de tarieven restafval 13 keer per jaar ledigen verschilt het tarief tussen 240 l en hoogbouw per jaar niet veel bij de hoog en laag risico's.
Vraag: Waarom bij de vaste tarieven + minicontainer, vaste tarieven exclusief minicontainer en hoogbouw tussen hoog en laag risico dan wel?
Antwoord: onduidelijk, nadere toelichting gewenst.
 
Punt 5.2 compensatie medisch afval
20 x 60l a € 1.50 = € 30.- op jaarbasis compensatie.
Aangezien er 40 l inworp mogelijkheden zouden kunnen komen( effectief 30 l) zie beleidskeuzes 3 en11a zou de compensatie 2 x 20 x 30l a €. 1.50 = € 60.- moeten zijn, te ondervangen door i.p.v. € 1.50 naar €0.75 per keer te zetten en te vergoeden.
Vraag: Hoe ziet u dat?
Antwoord: de tekst waar u naar verwijst is als rekenvoorbeeld bedoeld. In werkelijkheid is het tarief per inworp € 0,83.
Het voorstel is om 720 liter te compenseren (24 inworpen per jaar).
 
Exploitatiekosten: Bij het voorstel staat dat de exploitatiekosten afvalinzameling zijn begroot op € 1.640.189,- die door het GBT doorberekend worden naar de burger.
Vraag: Wat zijn de opbrengsten?
Antwoord: de begrote inkomsten van de afvalstoffenheffing zijn gelijk aan de totale begrote exploitatiekosten.
 
Vraag: Er wordt heel veel informatie gegeven, maar daarmee wordt het lastig precies te filteren wat we nu met het raadsvoorstel echt besluiten. Zou dit kort en concreet met de financiële gevolgen (kosten en voordeel voor de inwoners) weergegeven kunnen worden. Wát besluiten we nu precies?
Antwoord: zie bijlage:  “Beleidskeuzes diftar”, voor de financiële consequenties voor de gemiddelde aanbieder zie de bijlage: “Vergelijking tarieven afvalstoffenheffing”.
 
 
De groene en oranje container worden gratis aangeboden. De groene container is nu niet kostendekkend, daar moet dus geld bij.
Vraag: Hoe ziet dit met de oranje? En de kosten worden nu opgenomen in het vaste deel, dat is dan in feite toch ook niet naar het uitgangspunt “de vervuiler betaalt”?
Antwoord: De inzameling van verpakkingsmaterialen d.m.v. de oranje container levert op dit moment geld op, zie tabel
 
Resultaten inzameling verpakkingen 2016:  
   
kosten Twente Milieu verzamelcontainers  €           40.418-
kosten Twente Milieu huis aan huis 1 x per 4 weken  €         126.000-
kosten Twence (sortering en vermarkten)  €           58.401-
Kosten voorlopige bonus 215 voor Attero  €            4.628-
Kosten vergoeding Twence i.v.m. aanbesteding  €               769-
Vergoeding  Afvalfonds €         238.776
Voordeel verwerkingskosten  581.240 kg  x  € 129,39 p/ton   €          75.207
Resultaat:
(uiteindelijk voordeel op basis van kosten en vergoedingen in 2016)
 €          83.767
 
De inzameling van gft kost geld. Maar als het onderdeel blijft van het restafval is het nog duurder, 25% van het restafval bestaat nog uit gft.
De verwachting is met het nul tarief voor gft dat het gescheiden aanbieden ervan optimaal word gestimuleerd.
 
Als de diftar wordt doorgevoerd, is er sprake van een voorlopige aanslag en later definitieve aanslag. Dit zal extra kosten voor het GBT met zich mee brengen.
Vraag: Zijn die kosten meegenomen?
Antwoord: net als bij de kosten van gas, water en licht vindt er 1 keer per jaar een verrekening plaats. Dit wordt gedaan met een enkele belastingaanslag per jaar. De geringe meerkosten hiervoor zijn onderdeel van de totale kosten/baten voor de gemeente
 
Investeringen worden op termijn terugverdiend. De extra kosten van 306.015,- verdienen zich terug.
Vraag: Hoe precies, door minder aanbod van restafval of mede ook door de doorberekening aan de klanten, lees onze inwoners?
Antwoord: de extra kosten verdienen zich op termijn terug omdat er wordt uitgegaan dat er minder restafval wordt aangeboden, van 140kg naar 85kg is 55kg minder. Dit is op jaarbasis 1.237.500 kg minder restafval, scheelt 1.237,5 x € 80,34 = € 99.420 per jaar. Indien er meer verpakkingsafval wordt aangeboden, neemt de vergoeding hiervoor evenredig toe.

Opmerking: We praten telkens over restafval per inwoner. We nemen aan dat dit omgeslagen wordt op elke inwoner en er geen onderscheid wordt gemaakt tussen bijv. volwassenen en kinderen, klopt dat?
Antwoord: bij de gewichten van afval wordt geen onderscheid gemaakt.

Vergelijking tarieven: De verwerkingskosten (onderste deel) in 2018 per ton dalen en toch wordt er een hoger tarief berekend dan in 2017, waarom?
Antwoord:
In vergelijking met de tarieven van 2017 is het 13 keer per jaar aanbieden van een 140 liter restafval container duurder. Vanaf 8 keer per jaar aanbieden is het voordeliger. Een 140 liter restcontainer in combinatie met een 240 liter gft container is altijd voordeliger.
Bij een 240 liter restafval container 13 keer in combinatie met een 140 liter gft container 13 keer aanbieden betaalt men ongeveer dezelfde kosten als in 2017. Bij alle andere combinaties is men goedkoper uit.
 
 
 
Share our website