Nieuws

BF vraagt duidelijkheid ten aanzien van onderzoek slachterij


Antwoord op de vragen onderzoek Windmill in relatie met slachterij

Namens de Burgerforum-fractie gemeente Losser heeft u een aantal artikel 39 RvO vragen gesteld inzake de milieubeoordeling Windmill. Hieronder treft de beantwoording van de vragen aan.

1. Zonering, afstand houden, is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Ook zorgt dit ervoor dat de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Windmill gaat uit van 40 GVE per slachtdag. Volgens de Handreiking zijn de standaardwaarden afstanden voor deze activiteit 100 meter voor geur en 50 meter voor geluid. In het rapport van Windmill zijn deze afstanden teruggebracht naar ongeveer 25 meter. Een beoordeling van het Windmill rapport op juistheid en volledigheid lijkt ons hier op zijn plaats. Wil het college hiervoor opdracht geven en in de opdracht meegeven dat er in ieder geval duidelijkheid moet komen over de maximale slachtcapaciteit van de slachterij en dat dit in de toekomst niet tot beperkingen zal leiden, ook niet als het gaat om toekomstige ontwikkelingen in de nabijheid, zoals woningbouw op de Aloysiuslocatie?

Antwoord: In zijn algemeenheid wordt opgemerkt dat telkens terug wordt gevallen op de in de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ genoemde richtafstanden. Meerdere keren is aangegeven dat de richtafstanden indicatief zijn voor een goede ruimtelijke ordening. Een richtafstand betreft niet de feitelijke milieuhinder van een concreet geval, maar is gebaseerd op indicatieve gegevens uitgaande van een gemiddeld modern bedrijf of andere functie, representatief voor die specifieke functie. De werkelijke milieubelasting wordt immers bepaald door de specifieke activiteiten van een bedrijf of andere functie. Van deze richtafstanden kan - voorzien van gedegen onderzoek en goed gemotiveerd - worden afgeweken. Als bekend is welke activiteiten concreet (zullen) worden uitgeoefend, kan middels onderzoek gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten maximale milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in de 'Milieubeoordeling Slachterij Luijerink te Losser’, d.d. 28 mei 2018. Indien specifiek milieuonderzoek is uitgevoerd, dan zijn de indicatieve richtafstanden uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering’ niet meer van belang en ze zijn daarom geen uitgangspunt in het uitgevoerde milieuonderzoek. In het overleg college - raad 24 september aanstaande zal een nadere verduidelijking worden gegeven hierover.
Het college staat achter de conclusies van het onderzoek “Milieubeoordeling Slachterij Luyerink te Losser”, rapportnummer 17.287.03-03, d.d. 22 mei 2018 en ziet geen aanleiding voor een beoordeling van het rapport op juistheid en volledigheid.

2. Het bestemmingsplan is duidelijk, slachterij en detailhandel, verder geen beperkingen. Uitgaande van 40 GVE (varkens) per slachtdag is de nieuwe woning volgens het rapport van Windmill niet inpasbaar. Er is dan sprake van een ongunstig woon- en leefklimaat vanwege geur. Als dit de uitkomst is, welke volgende stap of stappen neemt het college dan?

Antwoord: Niet alleen het bestemmingsplan bepaalt of er beperkingen zijn. Indien er klachten komen (dan wel een verzoek om handhaving wordt gedaan), dan zal worden beoordeeld in hoeverre de bedrijfsactiviteiten van de slachterij op dat moment (nog) voldoen aan de milieuvergunning en overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

3. Is het college bereid slachtrechten af te kopen of anderszins tot een oplossing te komen ten aanzien van de slachterij, zodat ontwikkelingen rondom deze locatie in de toekomst in ieder geval mogelijk zijn?

Antwoord: Het college is niet bereid slachtrechten af te kopen, aangezien zij geen noodzaak ziet hiertoe. Actuele (concrete) toekomstige ontwikkelingen (de bouw van een nieuwe woning op het perceel hoek Dr. Frederikstraat - Gronausestraat en herontwikkeling van de Aloysiusschool tot woningen) zijn beoordeeld in de milieubeoordeling. In deze milieubeoordeling wordt geconcludeerd dat deze twee concrete toekomstige ontwikkelingen aanvaardbaar zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

4. Is het college met ons van mening dat de huidige vergunning van 1996 nog steeds geldt en dat daar geen beperkingen in zijn vastgelegd?

Antwoord: Het college kan bevestigen dat de milieuvergunning d.d. 17 december 1996 nog steeds geldt. Het college is niet van mening dat in de milieuvergunning geen beperkingen zijn vastgelegd. In de geldende milieuvergunning d.d. 17 december 1996 zijn verschillende voorschriften opgenomen waaraan de vergunninghouder zich dient te houden. Wel kan het college bevestigen dat voor wat betreft het aspect ‘geur’ geen voorschriften zijn opgenomen in de geldende milieuvergunning. Tevens bevat de milieuvergunning geen bepaling waarin de slachtcapaciteit is vastgelegd en/of gelimiteerd. Nu zowel de milieuvergunning als het geldende bestemmingsplan geen beperking van de slachtcapaciteit bevatten, is in de milieubeoordeling van Windmill onderzocht wat de maximaal toelaatbare geurbelasting van slachterij Luijerink mag bedragen op het meest nabijgelegen (maatgevende) geurgevoelige object. Immers, het niet beperken van de geurbelasting dan wel slachtcapaciteit in een milieuvergunning, betekent niet dat er voor wat betreft geur onbeperkte mogelijkheden zijn. Uitgangspunt is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (ofwel hinderniveau) en daarmee een goede ruimtelijke ordening.

5. Het bevoegd gezag (B&W) kan middels een Besluit de vergunning gedeeltelijk intrekken. Is zij dit van plan?

Antwoord: Er is op dit moment geen aanleiding voor het college om de huidige milieuvergunning gedeeltelijk in te trekken.

6. Waarom is Luijerink indertijd niet meegenomen in het bestemmingsplan “Losser Centrum 2019" (de slachterij wordt hierin wel genoemd)?

Antwoord: Het perceel Kerkstraat 2 te Losser is wel meegenomen in het voorontwerp bestemmingsplan "Losser Centrum 2019”. De raad dient dit bestemmingsplan uiteindelijk nog vast te stellen. Ven/vezen wordt naar de bijlagen bij deze brief, waar een verbeelding van het voorontwerp en een weergave van de regels voor wat betreft de bestemming 'Bedrijf’ zijn opgenomen.
Hoogachtend,
Share our website