Nieuws

Vervolg visie sociale werkvoorziening 'Onder ons'


Vervolg visie Sociale Werkvoorziening (2)

Deze visie moet gezien worden als vervolgvisie op de in de 2007 opgestelde 'visie sociale werkvoorziening” (incl. aanpassingen in de jaren daarop).

De ontwikkelingen van de laatste tijd en de plannen m.b.t. Top-Craft/grWOT vereisen actualisering.

Inleiding:

De wijzigingen van de laatste jaren (in 1998 en vervolgens in 2008) hebben een verschuiving laten zien in denken en uitvoering van de sociale werkvoorziening. Het feit dat het huidige kabinet bovenop de herstructurering ook nog extra subsidiekorting toepast, maakt het uitermate lastig de sociale werkvoorziening nu zodanig te herstructureren dat recht gedaan wordt aan de oorspronkelijke doelstelling van de sociale werkvoorziening, nl. het bieden van een zinvolle werkplek; temeer omdat ook op de reïntegratiebudgetten sterk gekort gaat worden.

Het is daarom van belang dat de gemeente een duidelijke visie heeft t.a.v. de doelgroep huidige WSW-ers (die immers hun oude rechten houden), maar ook breder naar de hele doelgroep die zal gaan vallen onder de wet werken naar vermogen.

Vooraf:

Met name de Wet Werken naar Vermogen zal ingrijpend zijn en tot de nodige problemen leiden. De Rijksoverheid wil hier namelijk fors op bezuinigen en legt de uitvoering neer bij de gemeenten die hier géén financiële compensatie voor krijgen. Dat betekent niet alleen dat gemeenten voor grote kosten en risico's staan, maar óók dat heel veel mensen straks noodgedwongen in de bijstand terecht komen.

De huidige werknemers in de Sociale Werkvoorzieningen behouden hun rechten. Maar het Rijk gaat wel een subsidiekorting doorvoeren van 5000 euro per werkplek.

De gemeenten zullen ook moeten bijspringen in de financiering van alle mensen die straks niet meer binnen de Sociale Werkvoorziening aan de slag kunnen. Vanaf 2013 komt er namelijk pas een plek vrij als drie andere SW-cliënten zijn vertrokken. Uiteindelijk is het de bedoeling dat slechts 1/3 van het huidige aantal werkplekken in de SW over blijft.
De overige mensen moeten instromen in de reguliere, commerciële arbeidsmarkt.
Als dat niet lukt, zullen deze mensen terugvallen op een uitkering.

Verkocht onder het mom van 'recht op arbeidsparticipatie” is de nieuwe wet gewoon een harde bezuinigingsmaatregel.


Enkele cijfers:

Het totaal van de WSW-populatie zat in 2009 op circa 110.000, waarvan 23% met een lichamelijke beperking, 77% met een verstandelijke beperking en 50% met een psychische beperking, Voor sommigen geldt dat er sprake is van meervoudige handicaps.

Let wel: dit is alleen de WSW-populatie.
Uit cijfers blijkt dat in Nederland ca. 470 duizend mensen leven met een ernstige handicap, waarvan er ca. 330 duizend tot de beroepsbevolking behoren. Die kunnen doorgaans niet aan de slag bij een reguliere werkgever vanwege een beperking.

Dit laatste cijfer is van belang, omdat de nieuwe Wet Werken naar Vermogen in feite alle mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in één grote pot gooit. Niet alleen alle mensen met een beperking, maar ook mensen uit de WWB en de huidige WIJ. Het doel hiervan is uiteindelijk –simpel gesteld- om mensen zo snel mogelijk uit de uitkeringspot te krijgen en in meerdere of mindere mate aan regulier werk te helpen.

Daarbij zal slechts een kleine kern aangewezen blijven op beschut werk met een eigen CAO.

Voor de WSW is landelijk een budget beschikbaar van circa 2,3 miljard euro (2011). Per WSW er is dat ca. 25.000 en voor ernstig gehandicapte WSW-ers wordt 1,25 x berekend en gaat het om ca. 31.000 euro. Gemiddeld zitten we rond de ca. 27.000 per SW-er, waarop de komende jaren fors gekort gaat worden met ca. 5.000 euro.

Aandachtspunten:

· De huidige groep behoudt zijn rechten en valt onder een eigen CAO.

· De nieuwe instroom gaat vallen onder de nieuwe Wet Werken naar Vermogen waar op dit moment al pilots voor lopen.

· Uiteindelijk doel is dat 2/3 deel gaat uitstromen en 1/3 in aanmerking blijft komen voor beschut werk.

· Als instrument voor uitstroming wordt de loondispensatie ingevoerd,

· Loondispensatie verschilt wezenlijk van loonsubsidie die tot dusverre gehanteerd wordt en gaat uit van de loonwaarde van de werknemer. De werkgever betaalt de werknemer naar loonwaarde en de rest tot maximaal het minimumloon wordt aangevuld door de gemeente.

· Begeleid werken is weer een geheel andere situatie en gaat uit van een arbeidsrelatie waarbij de werknemer een normaal dienstverband heeft, maar extra begeleiding of aangepaste werkplek krijgt vanwege zijn beperkingen.

Knelpunten/aandachtspunten:

· De nieuwe instroom die gaat vallen onder de Wet Werken naar Vermogen is zeer divers! Dat vraagt niet alleen bij sommige groepen specifieke deskundigheid, maar ook een verschillende aanpak.

· Er blijft een groep waarvoor een beschermde werkplek de enige mogelijkheid is.

· Ook zal er een kern overblijven van mensen die wel wíllen werken, maar die door wat voor omstandigheden dan ook, niet in regulier werk zullen instromen. Daarvoor zal vervangend werk gezocht moeten worden.

· Daarnaast zal er een harde kern overblijven die het niet ziet zitten te gaan werken en die heel moeilijk aan het werk te krijgen is.

· Er zal een vangnet moeten komen voor diegenen die weer terugvallen vanuit bijvoorbeeld begeleid werken, detachering, maar straks ook andere arbeidsvormen met reguliere werknemers, als blijkt dat die contracten verbroken worden om wat voor reden dan ook.

· De huidige WSW-er behoudt zijn rechten. Nieuwe instroom valt onder de nieuwe wet.

· In de praktijk zal doorstroming naar regulier werk moeizamer gaan dan verwacht en fors achterblijven bij de streefgetallen. Niet alleen vanwege de economische recessie, maar ook vanwege het feit dat werkgevers huiverig zijn om mensen met een beperking of grote afstand tot de arbeidsmarkt ook daadwerkelijk langdurig in dienst te nemen.

· De huidige WSW bedrijven zijn voor het overgrote deel niet in staat de brede doelgroep naar behoren te bedienen. Het ontbreekt aan kennis en kunde. Dat kan ook haast niet anders door de grote diversiteit en problematiek die achter de brede doelgroep schuil gaat.

 

Scheiding van de doelgroep:

Er is een dubbele scheiding nodig.

A) Allereerst die van de huidige werknemers van Top-Craft.

         1) De huidige WSW-groep, die werk- en inkomensgarantie heeft;

          2) De groep begeleid werken;

          3) De groep van ná 1998 die voor herindicatie in aanmerking komt;

         4) De mensen die nu op de wachtlijst staan tot 15 mei 2011 en

         5) Wachtlijsters die sinds 15 mei 2011 of een latere datum op de wachtlijst staan en waarvan de indicatie verloopt ná 1 januari 2013; daarvoor geldt bij periodieke herindicatie nl. wel het nieuwe criterium WSW 'beschut werk”.

B) De nieuwe instroom in de Wet Werken naar Vermogen, die op zijn beurt weer heel divers is (vanuit WSW, Wajong, WWB, WIJ). Deze vallen echter onder de doelgroep van één regeling, waarbij uitgangspunt is dat zij zoveel mogelijk via loondispensatie aan de slag geholpen worden bij reguliere werkgevers. Hoewel deze onder één regeling vallen, is de doelgroep zo divers, dat ook hier een scheiding nodig zal zijn

om praktisch en doelgericht te kunnen werken en recht te doen aan de individu.

Bestaande SW-groep:

Ten gevolge van de actuele ontwikkelingen om Top-Craft BV en de gemeenschappelijke regeling WOT te ontmantelen zal er allereerst gekeken moeten worden naar een oplossing voor de huidige doelgroep die nu werkt onder Top-Craft BV.

Zowel de Begeleid Werkers, de (groeps)gedetacheerden als groenmedewerkers zouden in principe gewoon op de huidige werkplek kunnen blijven werken. Als de huidige vormgeving stopt, dan komen de huidige medewerkers 'gewoon” in loondienst bij de gemeente. Een deel kun je daarna afzonderen in een soort 'groen bedrijf” (denk aan het vroegere werkverband buiten objecten WBO). Die tussenstap zouden we wellicht het beste kunnen maken alvorens tot een nieuwe rechtsvorm over te gaan. Voor de groep 'beschermd” zal een oplossing gevonden moeten worden die recht doet aan deze groep. Dat kan eventueel gezamenlijk met andere (buur)gemeenten (denk aan de vroegere Schakel) of in samenwerking met andere vormen van arbeidsactivering, -therapie (denk aan andere AWBZ instellingen.

Werken aan de toekomst:

Daarna kan verdere uitwerking plaats vinden, ook gericht op de nieuwe wetgeving. Daar zouden verschillende rechtsvormen voor gekozen kunnen worden, waaronder een B3-status, stichting of anders. Bij een B3 status blijft de gemeente vnl. sturend en bij een stichting is dat een stichtingsbestuur. Er zullen nog andere rechtsvormen te bedenken zijn, maar dat zou dan punt van verder onderzoek kunnen zijn.

Indelen aan de poort:

Voor de nieuwe 'lichting” zal een eerste grofmazige selectie aan de poort nodig zijn. Wat zijn de mogelijk- en onmogelijkheden. Wat zijn de interesses en waar ligt een werkvraag. Na de eerste selectie zal een vervolgtraject gestart moeten worden om de mensen daadwerkelijk op een geschikte werkplek te krijgen.

Werkplek:

Actieve werving en samenwerking met werkgevers is een vereiste om deze nieuwe doelgroep weg te zetten. Gestreefd moet worden naar langdurige contracten die niet té vrijblijvend zijn, maar wel aantrekkelijk blijven voor de werkgever. Daarnaast zal er voor degenen die niet bij reguliere werkgevers geplaatst kunnen worden een zinvolle werkplek of dagbesteding gevonden moeten worden. Dat kan op velerlei gebied. Zie eerdere visie. Er is veel maatschappelijk nuttig werk waarmee deze doelgroep niet alleen zinvol werk doet, maar ook daadwerkelijk deel wordt van die maatschappij en 'onder ons” werkt. Het is echter een utopie te denken dat 2/3 daadwerkelijk zal uitstromen naar een reguliere baan, ook niet met het middel van de loondispensatie.

Er zal dan ook altijd een vangnet van werkzaamheden / een pool van werk nodig blijven waar op terug gevallen kan worden.

De gemeentes zullen ook nadrukkelijk zelf de werkgeversrol op zich moeten nemen!

Samenwerking met andere gemeenten kan van meerwaarde zijn, zolang het niet uitgroeit tot een heel grootschalige organisatie, waarbij het zicht op de doelgroep verdwijnt door de grote hoeveelheden die samen in ‘één pot' belanden, waaruit werkgevers dan kunnen putten.

Een kleinschalige organisatie kan vaak meer flexibel en effectiever werken; ze kan maatwerk leveren omdat ze beter zicht heeft op haar doelgroep en het afzetgebied.

Risico's:

* Er is financieel geen enkele ruimte deskundigheid in te kopen, terwijl een aantal groepen (met name met verstandelijke en psychische beperkingen of gedragsstoornissen) nadrukkelijk wel deskundige begeleiding nodig hebben.

* reintegratiebudgetten drogen op en daarmee zullen andere wegen of middelen gevonden moet worden om mensen aan het werk te krijgen.

* t uitgangspunt 2/3 uitstroom is onrealistisch, terwijl het budget van Rijkswege wel naar beneden bijgesteld wordt. De inverdiencapaciteit van de ene groep zal tekorten bij de andere groep dan ook (grotendeels) moeten compenseren.

* Omdat het om heel verschillende groepen gaat is het risico van verdringing levensgroot. Werkgevers zullen 'de beste” en 'goedkoopste” er uit willen halen. Hoe 'handelen” we dat? Hoe verdelen we a.h.w. het werk onder die brede doelgroep. Zijn er groepen die voorrang hebben? Hanteren we een interne wachtlijst en hoe richten we die in? Vraagstukken waar niet direct een pasklaar antwoord op is, maar waarbij het wel van groot belang is dat hier goed over nagedacht wordt. Dit om te voorkomen dat juist de meest kwetsbare groepen steeds buiten de boot vallen.

* De huidige populatie behoudt haar rechten en huidige CAO-salaris, de nieuwe instroom zal op termijn maximaal het minimumloon kunnen verdienen. Dit kan leiden tot grote verschillen.

Omschakeling van productie naar sociale Economie:

· Er is omschakeling in denken nodig. In de praktijk blijkt dat mensen vaak vastgeroest zitten in oude patronen en dat lang blijven vasthouden. Werk biedt zich niet meer aan (denk aan lage lonen landen en goedkope arbeidskrachten die ons land binnen stromen). Er zal actief gezocht moeten worden. Waar ligt de vraag naar werk en dan in de breedste zin van het woord, dus niet alleen bij reguliere werkgevers, maar ook bij de gemeente zelf, bij verenigingen, instellingen, corporaties, overheidsinstellingen enz. (zie eerdere visiestuk). Hier liggen kansen.

CONCLUSIE:

Er ligt een grote uitdaging, die gepaard gaat met een grote zorg of we wel recht kunnen doen aan de doelgroepen die het betreft.

Het huidige uitvoeringsbedrijf Top-Craft BV onder de gemeenschappelijke regeling WOT zal die uitdaging in onze ogen niet aan kunnen.

Het heeft zich niet tijdig genoeg omgevormd tot organisatie die een dergelijke complexe doelgroep kan bedienen. Het verleden heeft laten zien dat zij daarin te kort geschoten is en nog tekort schiet. Voor veel mensen is er niet voldoende werk, geen geschikt werk of geen perspectief op passend werk. Het hoge ziekteverzuim van de laatste jaren laat zich mede hierdoor verklaren. Ziekteverzuim en arbeidsklimaat hangen nauw samen. Van een SW-bedrijf met heel veel werksoorten, heeft zij zich trachten te ontwikkelen tot bedrijf op het gebied van tewerkstelling van een bredere doelgroep en mensontwikkelbedrijf. Door meerdere factoren is dit niet, of slechts zeer ten dele, gelukt. Het is een te logge, te dure organisatie geworden die niet voldoende recht kan doen aan de doelgroep waar ze voor staat.

De top van de organisatie, de OR, maar ook de opeenvolgende besturen van de grWOT én ook de gemeenteraden, hebben hier steken laten vallen en niet tijdig bijgestuurd op de herstructurering van de WSW die er al jaren zat aan te komen.

Top-Craft zal hooguit nog een rol kunnen spelen in het 'beschut” werk, maar de opgetuigde huidige organisatie is daarvoor een te zware financiële belasting. Alleen als fors gesaneerd wordt (lees gesneden in de niet-SW plaatsen in top, middenkader, maar ook werkleiding), zal dit tot de mogelijkheden behoren.

Losser, 13 december 2011

Lies ter Haar


Share our website