Nieuws

Onderzoek arbeidsontwikkeling WSW


Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw

Nota van bevindingen

 

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw

Nota van bevindingen

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

Colofon

Programma Dienstbare overheid

Nummer Nvb-Diov 10/02

Datum maart 2010

Pagina 2 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

Inhoud

Colofon�2

1 Inleiding�5

1.1 Aanleiding onderzoek�5

1.2 Doel en onderzoeksvraag�6

1.3 Implementatiefasen�6

1.4 Onderzoeksmethodiek�6

2 Onderzoeksbevindingen internetenqu�te�11

2.1 Gemeentevisie (component 1 uit het model)�11

2.2 Verankering van arbeidsontwikkeling in de organisatie�12

2.3 Randvoorwaarden voor arbeidsontwikkeling in de organisatie�14

2.4 Totaalscore ten aanzien van visie, aansturing, functieniveau en maatwerk�15

2.5 Randvoorwaarden voor uitstroom van Wsw�ers met voldoende potentie�15

2.6 Knelpunten�17

2.7 Resultaten�18

3 Onderzoeksbevindingen interviewfase�21

3.1 Verantwoordelijkheid externe sturing�21

3.2 Interne sturing�24

3.3 Blik naar buiten�26

3.4 Overige informatie uit de interviews�28

4 Conclusies�31

Pagina 3 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

Pagina 4 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

1 Inleiding

1.1 Aanleiding onderzoek

De werknemers in de Wsw verrichten arbeid onder aangepaste omstandigheden. Het

doel hiervan is hun arbeidsbekwaamheid te behouden dan wel te bevorderen. Er

wordt naar gestreefd om deze werknemers zich zo ver te laten ontwikkelen dat ze

arbeid kunnen verrichten onder normale omstandigheden. Het kabinetsbeleid is erop

gericht om arbeidsplaatsen te bieden die aansluiten bij de mogelijkheden en capaciteiten

van individuele Wsw-ge�ndiceerden in een zo regulier mogelijke omgeving.

Op 1 januari 2008 is een wetswijziging in de Wsw van kracht geworden. Met deze

wetswijziging wordt meer belang toegekend aan de zogeheten arbeidsontwikkeling:

het verhogen van de werk- en vakbekwaamheid van medewerker met als doel dat

deze op de optimale werkplek terechtkomt. In het verlengde daarvan wordt met de

wet nagestreefd dat de sw-bedrijven zich ontwikkelen van productiebedrijven tot

arbeidsontwikkelbedrijven. Om dat te bereiken kent de wetswijziging drie hoofdlijnen,

te weten:

1. gemeenten sturen en regisseren meer dan voorheen de uitvoering van de Wsw;

2. ge�ndiceerden hebben zeggenschap over het sw-beleid en in het vinden van

werk;

3. reguliere werkgevers worden meer betrokken bij het vinden van werk voor

Wsw�ers.

Overigens is arbeidsontwikkeling primair gericht op de optimale ontwikkeling die een

sw-werknemer in zijn werk kan bereiken. Plaatsing binnen de beschermde werkomgeving

van het sw-bedrijf kan daarom ook het eindresultaat van de arbeidsontwikkeling

zijn.

De inspectie heeft enkele onderzoeken1 verricht naar realisatie van de doelen en

hoofdlijnen van deze wetswijziging Wsw en de effecten hiervan voor (potenti�le)

Wsw-ge�ndiceerden. In deze nota van bevindingen worden de resultaten beschreven

van een van deze onderzoeken, namelijk het onderzoek naar arbeidsontwikkeling.

Dit onderzoek richt zich op het toegenomen belang dat wordt toegekend aan de

arbeidsontwikkeling van de werknemers. Door in beeld te brengen hoe sw-bedrijven

dit oppakken en welke hindernissen zij in de praktijk ervaren, levert IWI informatie

voor de nog voorziene verdere ontwikkeling van de Wsw.

Parallel lopend onderzoek naar Implementatie wetswijziging Wsw

Parallel aan onderhavig onderzoek naar de voortgang van �Arbeidsontwikkeling� is de

derde meting van de implementatie van de wetswijziging Wsw uitgevoerd. Dit onderzoek

is gericht op de regievoering door gemeenten. Vanaf de start is beoogd om

beide onderzoeken op elkaar af te stemmen en vervolgens ook de resultaten aan

elkaar te koppelen. In praktijk is het op onderdelen gelukt om de uitvoering van

beide onderzoeken te combineren en de bevindingen op elkaar te betrekken in de

nota�s van bevindingen.

1 Metingen implementatie wetswijziging Wsw.

Pagina 5 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

1.2 Doel en onderzoeksvraag

Het doel van het onderhavige onderzoek is inzicht te geven in de vraag hoe ver de

implementatie van arbeidsontwikkeling in de uitvoering is gevorderd.

De onderzoeksvraag is:

Slagen sw-bedrijven er in om bij Wsw-ge�ndiceerden de arbeidsmogelijkheden te

ontwikkelen en hen zo mogelijk naar de reguliere arbeidsmarkt te begeleiden en te

plaatsen conform de doelstelling uit de wet, waaronder een sterkere regierol van

gemeenten, en het kabinetsbeleid?

1.3 Implementatiefasen

Om in beeld te brengen hoe sw-bedrijven de wetswijziging op het punt arbeidsontwikkeling

in praktijk brengen, worden modelmatig enkele fasen van implementatie

en uitvoering onderscheiden:

- De wettelijke kaders worden vertaald door gemeentelijk beleid. De gemeenten

hebben immers de regie over de uitvoering van de Wsw gekregen.

- Het gemeentelijk beleid wordt vertaald in uitvoeringsbeleid van de sw-bedrijven,

waarbij het bedrijf bepaalt wat er in de organisatie wordt gedaan of ontwikkeld

om arbeidsontwikkeling de plaats te geven die door de wetgever wordt beoogd.

- Het organisatiebeleid wordt ge�ffectueerd. Bijvoorbeeld: werkleiders en consulenten

worden opgeleid, een methode van arbeidsontwikkeling wordt gekozen of

ontwikkeld, e.d.

- Vervolgens wordt de toegenomen nadruk op arbeidsontwikkeling concreet voor

de werknemers. Bijvoorbeeld: er worden op het individu afgestemde ontwikkelplannen

gemaakt, opleidingen gestart, e.d.

- Tot slot zal het resultaat van deze stappen bereikt worden: zoveel mogelijk

Wsw�ers stromen door naar een reguliere baan of gaan bij gewone werkgevers

aan het werk door middel van detachering en begeleid werken of stromen, waar

mogelijk, uit naar een reguliere baan.

In het model op bladzijde 7 is e.e.a. nader uitgewerkt.

- Het onderzoek levert op:

- een beeld waar de sw-sector op dit moment staat, in het licht van de door het

kabinet gewenste ontwikkelingen;

- inzicht in mogelijke factoren die de effectiviteit van de uitvoering (of het gebrek

daaraan) kunnen verklaren.

Het onderzoek is in hoofdzaak gebaseerd op een internetenqu�te waarin swbedrijven

is gevraagd naar het eigen beeld dat men heeft over de stand van zaken.

1.4 Onderzoeksmethodiek

Het onderzoek bestond uit twee fasen:

- het uitvoeren van een internetenqu�te onder alle sw-bedrijven en het analyseren

daarvan

(periode medio 2009);

- een kwalitatieve verdieping van de resultaten uit de eerste fase d.m.v. bij 6 swbedrijven

afgenomen interviews (periode najaar 2009).

Pagina 6 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

Fase 1

Het uitvoeren van de enqu�te bestond uit de volgende activiteiten:

- het opstellen van de vragenlijst;

- het uitzetten van de enqu�te;

- het ontwikkelen van een analysemodel;

- het analyseren van de binnengekomen vragenlijsten.

Voor het opstellen van de vragenlijst is achtergrondmateriaal verzameld en bestudeerd

en is gebruikgemaakt van de uitkomsten van de eerste twee metingen van de

implementatiemonitor wetswijziging Wsw van IWI. Verder is de vragenlijst intensief

besproken met het kerndepartement, Cedris en SBCM. Tot slot is de vragenlijst als

pilot uitgezet bij de 3 sw-bedrijven waar een inventariserend bezoek is afgelegd.

Het uitzetten van de enqu�te is voorafgegaan door een aankondigingbrief. Om een

maximale score te halen, is het onderzoek door Cedris bij haar leden vooraangekondigd

en is via de mail en telefonisch gerappelleerd. Alles bij elkaar heeft dit er toe

geleid dat 83 van de 90 sw-bedrijven aan de enqu�te hebben deelgenomen.

Voor de analyse van de enqu�tegegevens is een analysemodel opgesteld. In schema

ziet dit er als volgt uit:

Toelichting analysemodel arbeidsontwikkeling

De componenten met nummers 2 t/m 9 betreffen de in het onderzoek veronderstelde

voorwaarden die het sw-bedrijf in staat stellen om succesvol de opdracht tot

arbeidsontwikkeling uit te kunnen voeren. De overige componenten zijn ook voorwaarden

daarvoor, maar die vallen buiten de invloedsfeer van het sw-bedrijf. In het

onderzoek worden de veronderstelde voorwaarden getoetst.

Analysemodel Loopbaan Wsw

5. Maatwerk gericht op

ao

2. Arbeidsontwikkeling

is als doel verankerd in

organisatie

3. Sturing en verantwoor

ding gericht op arbeidsontwikkeling

4. Medewerkers hebben

vereiste functieniveau

1. Gemeente

heeft visie

en stuurt op

arbeidsontwikkeling

Potentie

wordt

bereikt

6. Motivatie Wsw- er

Potentie voldoende

Potentie onvoldoende

Werk

binnen

Sw-bedrijf

8. Effectieve acquisitie en

samenwerking

10. Conjunctuur

9. Wsw een niet te

�veilige� werkomgeving

Regulier

werk

Wsw-werk

buiten

Sw-bedrijf

7. Bedrijfsbelang gaat

niet boven ontwikkelingsbelang

Continu ontwikkelen

Pagina 7 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

Het analysemodel brengt tot uiting:

- Indien de gemeente(n) een uitgewerkte visie heeft en gericht stuurt op arbeidsontwikkeling,

neemt de kans toe dat het sw-bedrijf voldoet aan de voorwaarden

met nummers 2 t/m 9.

- Als het sw-bedrijf voldoet aan de vier in het model benoemde randvoorwaarden

(nrs. 2 t/m 5) en het sw-bedrijf de Wsw-werknemer motiveert, dan is de veronderstelling

in het model dat er goede mogelijkheden zijn dat door arbeidsontwikkeling

de Wsw�er de gewenste potentie bereikt.

- Als die potentie te beperkt is voor regulier werk of werk buiten het sw-bedrijf

(individuele detachering en individueel begeleid werken) dan blijft de Wswwerknemer

binnen de sfeer van het sw-bedrijf werken (beschut).

- Als die potentie voldoende is voor regulier werk of werk buiten het sw-bedrijf,

de conjunctuur is goed en het sw-bedrijf voldoet aan de laatste drie voorwaarden,

dan is de veronderstelling in het model dat er goede mogelijkheden zijn

voor de Wsw�er om een passende werkplek buiten de deur te vinden en zo mogelijk

uit te stromen naar regulier, ongesubsidieerd.werk buiten Wsw-verband.

- Het blijft de opdracht aan het sw-bedrijf om mensen die binnen het sw-bedrijf

werken of in Wsw-verband daarbuiten te blijven ontwikkelen en indien mogelijk,

alsnog uit te laten stromen naar regulier werk buiten de kaders van de Wsw.

Toelichting op de componenten

Component 1 geeft aan dat de gemeente vanuit haar rol als eindverantwoordelijke

een visie heeft ontwikkeld ten aanzien van:

- wat arbeidsontwikkeling is;

- welke doelen door de uitvoerder (sw-bedrijf) gerealiseerd dienen te worden

waar het gaat om arbeidsontwikkeling van Wsw-werknemers.

Bovendien stuurt de gemeente de uitvoerder (het sw-bedrijf) op:

- de inbedding en vormgeving van arbeidsontwikkeling in de uitvoering;

- hoe en in welke mate de gestelde doelen door de uitvoerder bereikt worden.

Component 2 geeft aan dat arbeidsontwikkeling als doel is verankerd in de organisatie.

Hiermee is bedoeld dat de Sw-uitvoerder zijn doelstellingen niet alleen kwantitatief

met financi�le waarde definieert (zoals te realiseren aantal arbeidsjaren, exploitatieresultaat,

gemiddeld loonniveau, omvang ziekteverzuim etc.) maar ook sociaal

gericht op �het behouden dan wel het bevorderen van de arbeidsbekwaamheid...

mede met het oog op het kunnen gaan verrichten van arbeid onder normale omstandigheden�.

Component 3 geeft aan dat binnen de uitvoeringsorganisatie verantwoording wordt

afgelegd over verrichte werkzaamheden en bereikte doelen die gericht zijn op arbeidsontwikkeling.

Dat betekent dat binnen het sw-bedrijf sturing plaatsvindt op

deze doelen en werkzaamheden. Direct leidinggevenden of andere bij arbeidsontwikkeling

betrokken medewerkers verantwoorden zich intern over de gestelde doelen

en verrichte werkzaamheden op het terrein van arbeidsontwikkeling.

Component 4 geeft aan dat het direct en indirect met arbeidsontwikkeling belaste

leidinggevend en stafpersoneel ten minste over het door het sw-bedrijf als wenselijk

vastgestelde minimum opleidingsniveau en competenties beschikt.

Component 5 geeft aan dat bij iedere individuele werknemer aandacht wordt besteed

aan zijn arbeidsontwikkeling en dat er hierbij op een bij de werknemer passende

wijze, wordt gestreefd naar het voor deze werknemer maximaal haalbare

Pagina 8 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

niveau van arbeidsbekwaamheid. Dan is sprake van maatwerk2. In dit uitgangspunt

zijn twee aspecten te onderkennen:

- maakt enige vorm van arbeidsontwikkeling standaard deel uit van de benadering

van en afspraken met de individuele werknemer en zo ja

- is sprake van meetbare effectiviteit? Meetbaar wil in dit onderzoek zeggen dat er

vaste ijkpunten zijn. Effectief wil zeggen dat bij ieder medewerker via vooraf

vastgestelde methode(n) wordt gestreefd naar het voor hem/haar maximaal te

bereiken niveau.

Component 6 geeft aan dat de motivatie van de sw-werknemer een rol speelt bij de

arbeidsontwikkeling. Naar mate de sw-werknemer meer gemotiveerd is, zullen

zijn/haar mogelijkheden tot arbeidsontwikkeling en plaatsing toenemen3. De werkwijze

van de sw-organisatie heeft invloed op de motivatie van de werknemer, onder

meer door het leveren van maatwerk.

Component 7 geeft aan dat het (economisch) bedrijfsbelang niet prevaleert boven

de (sociale) doelstelling dat de arbeidsbekwaamheid van werknemers wordt gemaximaliseerd.

Het fundamentele uitgangspunt van de Wsw voorziet namelijk in

gelijkwaardigheid van economische en sociale doelen.

Component 8 geeft aan dat bij het acquireren van werk ook daadwerkelijk resulteert

in het vinden van een duurzame, passende werkplek waarbij (ook) rekening wordt

gehouden met de ontwikkelingsmogelijkheden en capaciteiten van sw-medewerkers.

Daarbij wordt gericht samengewerkt met instellingen en instituten die competenties,

vaardigheden en kennis van sw-medewerkers ontwikkelen. Bij effectieve acquisitie

gaat het, naast de manier waarop (maatwerk etc.), vooral ook om het resultaat en

de duurzaamheid daarvan.

Component 9 geeft aan dat het sw-bedrijf er maximaal voor zorgdraagt dat er voor

sw-werknemers die dat aankunnen voldoende prikkels zijn om buiten het sw-bedrijf

te gaan werken.

Analyse fase 1

De analyse van de vragenlijsten is begonnen met een check op de consistentie van

de ingevulde gegevens. Vervolgens is een analyse gepleegd op de vragen waar swbedrijven

hadden gekozen voor de antwoordmogelijkheid �anders�. Daarbij werd

altijd een tekstuele toelichting gegeven. Wij hebben beoordeeld in hoeverre deze

antwoorden toch ge�nterpreteerd moesten worden als één of meerdere van de vooraf

gegeven antwoordmogelijkheden. Voor de eigenlijke analyse zijn de vragen in de

vragenlijst verdeeld naar de componenten van het analysemodel. Die vragen zijn,

per component, in samenhang geanalyseerd. Daardoor ontstaat per organisatie een

beeld in hoeverre men naar eigen inzicht voldoet aan/scoort op de verschillende

componenten.

De resultaten van de enqu�te leveren een weergave op van het zelfbeeld van de swbedrijven.

We hebben getoetst of dit zelfbeeld niet is opgepoetst door vergelijking

met de onderzoeksresultaten van de derde meting naar de implementatie van de

Wetswijziging Wsw en door confrontatie met de hieronder beschreven tweede fase

van dit onderzoek.

2 Deze benadering sluit aan bij opvattingen over maatwerk. Voor de cli�nten die niet zelfredzaam zijn, bestaat

maatwerk uit het, in samenspraak met de cli�nt, bepalen door de uitvoeringsorganisaties van de individueel te

verlenen ondersteuning. Daarbij staan de mogelijkheden van de cli�nt in combinatie met de situatie op de arbeidsmarkt

centraal (Bron: Jaarverslag IWI 2008).

3 In het onderzoek is dit aspect niet nader onderzocht.

Pagina 9 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

Fase 2

De centrale vraag voor de tweede (verdiepings)fase is: welke knelpunten staan de

omvorming van de sw-bedrijven naar arbeidsontwikkelorganisaties in de weg of

bemoeilijken deze? In deze fase zijn interviews gehouden bij zes sw-bedrijven. De

vragen die in deze interviews aan de orde komen zijn tot stand gekomen door:

1 na te gaan waar de enqu�te-resultaten verdieping en aanvulling vragen;

2 de open tekstblokken uit de enqu�te te analyseren;

3 de vragen te vergelijken met die uit het parallel lopende onderzoek Implementatie

wetswijziging Wsw om vast te stellen welke overlap er is en welke toegevoegde

waarde aanvullende vragen kunnen opleveren.

Ook dat parallel lopende onderzoek kent een tweede fase met verdiepende interviews.

De keuze van gemeenten en sw-bedrijven is op elkaar afgestemd zodat beide

bij elkaar passen. Voor beide onderzoeken heeft deze afstemming toegevoegde

waarde.

Pagina 10 van 35

Onderzoek Arbeidsontwikkeling Wsw | 15-3-2010

2 Onderzoeksbevindingen internetenqu�te

In dit hoofdstuk worden de bevindingen uit de internetenqu�te weergegeven, waarbij

achtereenvolgens de negen componenten van het analysemodel worden gevolgd.

Het hoofdstuk eindigt met de knelpunten die een rol spelen bij het extern plaatsen

van Wsw�ers, en de resultaten die de sw-bedrijven hebben geboekt met externe

plaatsing van Wsw�ers in de jaren 2006 tot en met 2008.

2.1 Gemeentevisie (component 1 uit het model)

Gemeenten moeten per 1 januari 2008 meer regie voeren op de Wsw. Die regie

heeft ook betrekking op het versterken van de arbeidsontwikkeling door swbedrijven.

Het proces dat daarbij aan de orde is wordt wel getypeerd als: �omvorming

van productiebedrijf tot arbeidsontwikkelbedrijf�.

Regievoeren veronderstelt tenminste dat:

- er bij de gemeente een visie aanwezig is op uitvoering van de Wsw en dat die

visie het kader vormt waarbinnen beleid gericht op arbeidsontwikkeling wordt

ontwikkeld en aangestuurd;

- in deze visie de (voortzetting van) de omvorming van het sw-bedrijf naar een

arbeidsontwikkelbedrijf als doelstelling is opgenomen;

- de gemeente het sw-bedrijf aanstuurt op/faciliteert bij uitvoering van arbeidsontwikkeling.

Aan de sw-bedrijven is gevraagd of hieraan voldaan is: 84 procent geeft aan dat een

visie kenbaar is gemaakt, bij 75 procent is ook omvorming als doelstelling opgenomen

en bij 64 procent wordt daarnaast ook nog aangestuurd op arbeidsontwikkeling.

Dus ruim een derde deel van de sw-bedrijven geeft aan dat tenminste één van

deze drie kenmerken nog ontbreekt in de gemeentelijke regievoering.

Bij de derde meting van de implementatie van de wetswijziging Wsw is aan de gemeenten

een zelfde vraag voorgelegd. Daaruit blijkt dat van de gemeenten die aangeven

dat de wetswijziging heeft geleid tot besluitvorming over (wijziging in) beleid

en/of uitvoering Wsw, 68 procent de overgang van productie- naar arbeidsontwikkelbedrijf

noemt4.

 

 


Share our website